zondag 20 mei 2018

De Laatste Tijden (8)

Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 198
Uitg. St. Maria Valtorta
1 augustus 1943


De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

Jezus zegt:
“Als een schepsel werkelijk een dochter van haar Heer is, lijdt zij zoveel door de beledigingen Hem aangedaan, dat geen enkele vreugde der aarde, ook de heiligste en grootste niet, haar kan troosten.
Mijn Moeder, en met Haar zoveel heilige moeders uit de oude en nieuwe Wet, voelde zich niet erg gelukkig in Haar moedergeluk, als Moeder van God, want Ze zag dat God niet in geest en waarheid werd bemind, behalve door weinigen. De genade die Haar ziel met haar volheid overstroomde, gaf Haar een voorproef van de heiligschennis waarmee de Ware Ark van het Woord van God zou worden gevangengenomen, ontheiligd, vermoord, door een volk dat vijandig was tegenover de Waarheid. Zij stierf niet in die wetenschap, zoals de schoondochter van Eli (1 Sam. 2,27-36; 4,19-22), omdat God Haar hielp, omdat Hij Haar moest voorbehouden voor alle lijden, maar Ze verkeerde in doodsstrijd voor de gehele rest van Haar leven.

Verschillend gebruik van het begrip “fundamentalisme” bij Benedictus XVI en Franciscus


 In de vijf jaar van zijn pontificaat gebruikte paus Franciscus het begrip “fundamentalisme” bijna drie keer zo veel als zijn voorganger Benedictus XVI in acht jaar. Niet alleen het verschil in frequentie valt op maar ook het verschil in het gebruik van het begrip.

“Fundamentalisme” bij Benedictus XVI

Als voorbeeld van Benedictus XVI kunnen we zijn laatste toespraak beschouwen die hij nog als kardinaal hield. Wat hij toen zei moeten we vanwege het belang ervan wat uitgebreider citeren. De beslissende uitspraak is onderstreept. Als deken van het College van Kardinalen preekte Joseph Ratzinger op 18 april 2005 in de Missa Pro eligendo Romano Pontifice (mis voor de pauskeuze):

"Hoeveel geloofsopvattingen hebben we de laatste decennia leren kennen, hoeveel ideologische stromingen, hoeveel manieren van denken… Het bootje van het denken van veel christenen is niet zelden door deze golven aan het schommelen gebracht, van het ene uiterste in het andere geworpen: van marxisme naar liberalisme tot aan libertinisme toe; van collectivisme naar radicaal individualisme; van atheïsme tot een vaag religieus mysticisme; van agnosticisme tot syncretisme enzovoorts. Elke dag ontstaan er nieuwe sektes en zo gebeurt wat de heilige Paulus gezegd heeft over het bedrog onder de mensen en over misleidend bedrog (vgl. Ef. 4, 14).
Als iemand een duidelijk geloof heeft in overeenstemming met het Credo van de Kerk, dan wordt dat vaak als fundamentalisme bestempeld. Daar tegenover lijkt het relativisme, waarin men door ieder zuchtje wind van de ene naar de andere opvatting wordt bewogen, de enige moderne levenshouding te zijn. Er ontstaat een dictatuur van het relativisme die niets als definitief erkent en als maatstaf alleen het eigen ik en zijn lusten laat gelden.”

Als paus gebruikte Benedictus XVI het begrip “fundamentalisme" in twee richtingen.
*             Enerzijds waarschuwde hij voor religieus en politiek fundamentalisme als oorzaak van geweld en terrorisme, vooral echter ook als oorzaak voor aanvallen op het christendom en voor beknotting en vervolging van de Kerk.
*             In een ander aspect zoals in zijn preek van april 2005, bekritiseert hij een verkeerd gebruik van het begrip dat dan gebruikt wordt om het kerkelijk geloof omlaag te halen en te belasteren als “fundamentalisme”.

“Fundamentalisme” bij Franciscus

Het fenomeen fundamentalisme ziet Franciscus in tegenstelling tot Benedictus XVI in feite alleen maar in de vorm van “religieus fundamentalisme”. Alleen op 24 september 2015 sprak hij in zijn toespraak voor het parlement van de VS van “iedere vorm van fundamentalisme – zowel op religieus als ook op ander gebied”. De nadruk bleef toch ook bij deze uitzondering overeind. Evenals Benedictus XVI gebruikt Franciscus het woord “fundamentalisme” in een dubbele samenhang. Deze verschilt echter duidelijk van die van zijn voorganger.
*             Soms gebruikt hij “religieus fundamentalisme” in samenhang met geweld en terrorisme als een algemene aanklacht tegen alle godsdiensten. Daar noemt hij de eigen godsdienst bij naam maar andere religies blijven ongenoemd. Daaruit kan de algemene indruk ontstaan dat “religieus fundamentalisme” vooral een probleem van het christendom, en wel van de katholieke Kerk zou zijn.
*             Die indruk wordt door de tweede samenhang nog versterkt omdat hij “fundamentalisme” – in dit geval ontdaan van geweld en terrorisme – als aanklacht tegen katholieken gebruikt en als binnenkerkelijk strijdbegrip inzet om delen van de Kerk aan te klagen, aan te vallen en te kleineren.
Het door hem benadrukte religieuze fundamentalisme is volgens hem een uitdrukking van “irrationele afkeer” van andersdenkenden. Hiertegenover moeten we de “solidariteit van alle gelovigen” stellen. Door de “interreligieuze en interculturele dialoog” worden fundamentalisme en terrorisme “uitgebannen”. Zo zei hij in zijn toespraak op 28 november 2014 in de Turkse hoofdstad Ankara.

Het fundamentalisme “de ziekte van alle godsdiensten”

Op de terugvlucht uit de Centraal-Afrikaanse Republiek op 30 november 2015 maakte Franciscus op een vraag van de journaliste Philippine de Saint-Pierre er een aanklacht van tegen katholieken:

“Het fundamentalisme is een ziekte die in alle godsdiensten aanwezig is. Wij katholieken hebben er enkele van – niet enkele: veel! – die geloven de absolute waarheid te bezitten en vooroplopen terwijl zij anderen met laster en kwaadsprekerij zwart maken, en zij richten schade aan, richten schade aan. En dat zeg ik omdat het over mijn Kerk gaat, ook over ons allemaal! En we moeten vechten. [….] Het fundamentalisme dat altijd in een tragedie of in misdaad eindigt, is iets slechts, maar een beetje ervan is in alle godsdiensten aanwezig.”

“Een beetje” fundamentalisme is “in alle godsdiensten” aanwezig maar bij de katholieken zijn er “veel” fundamentalisten, die “lasteren”, “kwaadspreken”, “zwart maken”, die “steeds tragedies en misdaden veroorzaken” en die “bestreden” moeten worden. Volgens Franciscus is het “religieus fundamentalisme” daarom op de eerste plaats een probleem van de katholieke Kerk. Sinds de Verlichting beweert dat een hele serie mensen die op een kerkvijandige manier de geschiedenis en het heden interpreteren. Een paus heeft dat in ieder geval nog nooit gezegd.
In verschillende toespraken en boodschappen creëerde Franciscus een samenhang tussen het “fundamentalisme”, “het misbruiken van de godsdienst” en het “internationaal terrorisme”. Het “internationaal terrorisme” gaat echter noch van christenen en al helemaal niet van katholieken uit maar van de islam. Tot nu toe noemde Franciscus geen man en paard (bijv. de toespraak tot de Italiaanse president op 10 juni 2017; toespraak bij het Symposium van de Bisschoppenconferenties van Afrika en Madagaskar op 7 februari 2015; toespraak bij de accreditering van 6 nieuwe ambassadeurs bij de Heilige Stoel, waarvan 4 uit in meerderheid islamitische landen, op 28 mei 2017).

“Ik houd er niet van te spreken van islamitisch geweld”

Op de terugvlucht van Manila op 19 januari 2015 sprak de journalist Jean-Louis de la Vaissière van France Presse de paus met name aan op het “islamitisch fundamentalisme”. Franciscus besteedde er eenvoudigweg geen aandacht aan. Op 31 juli 2016 op de terugvlucht van Krakau werd Franciscus opnieuw door een journalist, dit keer Antoine-Marie Izoard, aangesproken op het islamitisch fundamentalisme. Enkele dagen tevoren was de priester Jacques Hamel in Frankrijk tijdens de Mis door twee aanhangers van de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) aan het altaar ritueel vermoord. Izoard vroeg de paus: “ Waarom spreekt u, als u over deze gewelddaden spreekt, steeds van terroristen maar nooit van de islam? U gebruikt nooit het woord ‘islam’.” Dit keer werd Franciscus duidelijker en gaf tegelijk een van de meest omstreden antwoorden van zijn pontificaat. Op dit antwoord volgde hoofdschudden en geschokte meningen. De paus werd onevenredigheid, ontkenning van de werkelijkheid en een onaanvaardbare aanklacht tegen de katholieken verweten:

“Ik houd er niet van te spreken van islamitisch geweld want iedere dag als ik de kranten doorblader, zie ik geweld hier in Italië: de een brengt zijn verloofde om het leven, een ander zijn schoonmoeder.. En dat zijn gewelddadige, gedoopte katholieken… Als ik van islamitisch geweld spreek, moet ik ook van katholiek geweld spreken. Niet alle moslims zijn gewelddadig; niet alle katholieken zijn gewelddadig. Het is als bij een fruitsalade, daar zit van alles in, er zijn gewelddadige mensen in deze religies. Eén ding is waar: ik geloof, dat er in bijna alle religies steeds kleine fundamentalistische groeperingen bestaan. Fundamentalistisch. Bij ons zijn er. En ook als het fundamentalisme overgaat tot doden – men  kan echter ook doden met de tong, en dat zegt de apostel Jacobus en niet ik, en ook met het mes – geloof ik dat het niet juist is de islam gelijk te stellen met geweld.”

De reden voor de pauselijke weigering om de islam met name te noemen vinden we  Evangelii gaudium van 24 november 2013. Daar gaat he niet over een spontane uitspraak maar om het eerste Apostolische Schrijven van Franciscus. In Evangelii gaudium kent hij aan de islam absolute vredelievendheid toe:

“Tegenover de incidenten van een gewelddadig fundamentalisme moet de liefde voor de authentieke aanhangers van de islam ons ertoe brengen akelige generaliseringen te vermijden, want de echte islam en een juiste interpretatie van de koran sluiten ieder geweld uit.”

“Bedreiging voor de gelovigen van alle godsdiensten”

Aan de christenen van het Nabije Oosten, die in diverse staten door discriminatie bedreigd worden en aan vervolging onderhevig zijn, schreef Franciscus op 21 december 2014:

“De dialoog in waarheid en liefde die berust op een houding van openheid, is ook het beste middel tegen de bekoring tot religieus fundamentalisme, die een bedreiging is voor gelovigen van alle godsdiensten. Tegelijk is de dialoog een dienst aan de gerechtigheid en een noodzakelijke voorwaarde voor de langverwachte vrede.”

Maar alleen in zijn toespraak bij de interreligieuze ontmoeting met de voorzitter van de raad van Kaukasische moslims en vertegenwoordigers van de andere godsdienstige gemeenschappen in Azerbeidzjan in Bakoe op 2 oktober 2016 zei Franciscus, wat als boodschap van zijn terughoudendheid tegenover het geweld dat van de islam uitgaat, gezien kan worden die hij niet in de ik-vorm maar in het algemeen uitsprak: “Nogmaals klinkt vanaf deze zo betekenisvolle plaats de hartverscheurende roep: nooit meer geweld in de naam van God!”

“Conservatisme en fundamentalisme”

Als typisch voorbeeld van het gebruik van “fundamentalisme” als binnenkerkelijk strijdbegrip geldt de toespraak van Franciscus in de kathedraal van Florence op 10 november 2015 tot vertegenwoordigers van de Kerk van Italië:

“Tegenover de mistoestanden of de problemen in de Kerk is het nutteloos oplossingen te zoeken in conservatisme en fundamentalisme, in het herstel van traditionele praktijken en vormen die zelfs op het culturele vlak niet van betekenis zijn.”

“Conservatisme”, “traditionele praktijken en vormen” worden praktisch gelijk gesteld met “fundamentalisme”. Die uitspraak lijkt precies datgene waarvoor paus Benedictus op 18 april 2005 gewaarschuwd heeft

van Katholisches 30 april 2018
vertaling: C. Mennen pr

dinsdag 15 mei 2018

Paulus VI en de hervorming van de liturgie

Hij keurde het goed, maar hij hield er niet erg van.

door Sandro Magister

“De paus wil het.” Zo bracht mgr. Annibale Bugnini (1912-1982), de schepper van de liturgische hervorming die volgde op Vaticanum II, de deskundigen tot zwijgen telkens als zij zich verzetten tegen een van zijn meest onbezonnen vernieuwingen. Die paus was Paulus VI, die inderdaad aan niemand anders dan Bugnini de taak van secretaris en factotum van de raad voor de liturgiehervorming had toevertrouwd waarvan kardinaal Giacomo Lercaro het hoofd was. Bugnini had een vreselijke reputatie onder diverse leden van de raad. “Een schurk en een stroopsmeerder”, “een intrigant”, “zonder cultuur en oprechtheid”: zo wordt hij beschreven in de “Memoires”van de grote theoloog en liturgist Louis Bouyer (1913-2004), die bij Paulus VI hoge achting genoot. Deze paus stond uiteindelijk op het punt Bouyer tot kardinaal te maken en strafte Bugnini door hem als nuntius naar Teheran in ballingschap te sturen omdat hij besefte welke schade hij had aangericht en de onbetrouwbaarheid van dat “De paus wil het” waarmee de onverlaat zichzelf uit de wind hield.

Niettemin domineerden de erfgenamen van Bugnini de volgde decennia het terrein van de liturgie. Zijn persoonlijke secretaris, Piero Marini, was van 1983 tot 2007 de pauselijke ceremoniemeester. En nog onlangs zijn er boeken over Bugnini verschenen die zijn rol verheerlijken. Maar terug naar Paulus VI: hoe heeft hij het verloop van de liturgiehervorming ervaren? De verdedigers van de preconciliaire liturgie wijzen naar hem als de uiteindelijk verantwoordelijke voor alle vernieuwingen. In werkelijkheid was er tussen Paulus VI en der hervorming, die beetje bij beetje vorm kreeg, niet die affiniteit die de critici hem verwijten.

Integendeel Paulus VI heeft heel vaak geleden om wat hij zag gebeuren en wat niet strookte met zijn liturgische cultuur, zijn gevoeligheid, en de geest waarin hij zelf celebreerde. Er is onlangs een klein boekje gepubliceerd dat een nieuw licht laat schijnen op dit persoonlijke lijden van paus Giovanni Battista Montini met betrekking tot een liturgische hervorming waar hij het in velerlei opzicht niet mee eens was: ”Paolo VI. Una storia minima”, geredigeerd door Leonardo Sapienza, Edizioni Viverein, Monopoli, 2018.

In dit boek brengt mgr Sapienza – die sinds 2012 regent is van de prefectuur van de pauselijke huishouding – verschillende bladzijden van de “Dagboeken” bijeen, die verzameld zijn door de pauselijke ceremoniemeester onder Pualus VI, Virgilio Noè (1922-2011), die in 1991 kardinaal werd. Met deze “Dagboeken”, zette Noè een traditie voort die terugging tot het “Liber Notarum” van de Duitser Johannes Bruckhardt, ceremoniemeester van Alexander VI. In dit verslag van elke viering noteerde Noè ook alles wat Paulus VI tegen hem zei vóór en na de plechtigheid, ook over de vernieuwingen van de liturgische hervorming die hij op dart moment voor het eerst meemaakte.

Bijvoorbeeld: op 3 juni 1971 gaf Paulus VI het volgende commentaar na de Mis bij de herdenking van de dood van Johannes XXIII: “Hoe is het hemelsnaam mogelijk dat in de liturgie voor de overledenen niet meer gesproken wordt over zonde en verzoening? Er wordt totaal niet gesproken over het afsmeken van Gods barmhartigheid. Ook vanmorgen, al waren de teksten voor de Mis bij de (Vaticaanse) graven mooi, zij waren toch ontoereikend wat betreft het begrip zonde en het begrip barmhartigheid. En dat hebben we nodig!

En opnieuw in 1975 na weer een Mis tot gedachtenis van Johannes XXIII: “Zeker, in deze liturgie zijn de grote thema’s van dood, van oordeel afwezig….”

De verwijzing is niet expliciet maar Paulus VI klaagt hier onder andere over het verwijderen uit de liturgie voor de overledenen van de grandioze sequentie “Dies irae” die nu inderdaad niet langer in de Mis gereciteerd of gezongen wordt maar slechts verder leeft in concerten zoals gecomponeerd door Mozart, Verdi en andere musici.

Een andere keer, 10 april 1971, op het eind van de herziene Paaswake, merkte Paulus VI op: “Zeker, de nieuwe liturgie heeft de symboliek sterk vereenvoudigd. Maar de overdreven vereenvoudiging heeft elementen verwijderd die in het verleden nogal wat impact hadden op de geest van de gelovigen.”

En hij vroeg zijn ceremoniemeester: “Is deze liturgie van de Paaswake definitief?” Waarop Noè antwoordde: “Ja, heilige vader, de liturgische boeken zijn al gedrukt.” “Maar kunnen niet een paar dingen nog veranderd worden?”, bleef de paus aanhouden, duidelijk niet tevreden gesteld.

Een andere keer, 24 september 1972, antwoordde Paulus VI zijn persoonlijke secretaris, Pasquale Macchi, die klaagde over hoe lang het zingen van het “credo” duurde: “Maar er moeten bepaalde eilanden zijn waarop iedereen samen kan zijn: bijvoorbeeld het ‘credo’, het ‘pater noster’ in het gregoriaans…”

Nadat hij diverse keren gezien had bij het communie uitreiken in de St.-Pieter en op het St-Pietersplein, dat de geconsacreerde hostie door sommigen van hand tot hand werd doorgegeven, zei Paulus VI op 18 mei 1975: “Het eucharistische brood mag niet met een dergelijke nonchalance behandeld worden! In dit soort gevallen gedragen de gelovigen zich als…. ongelovigen!”

Vóór iedere Mis bleef Paulus VI, terwijl hij zich met de paramenten bekleedde, de gebeden reciteren die in het oude missaal waren voorgeschreven “cum sacerdos induitur sacerdotalibus paramentis”, zelfs toen ze waren afgeschaft. Op zekere dag, 24 september 1972, glimlachte hij en vroeg Noè: “Is het verboden om deze gebeden te bidden wanneer men de gewaden aantrekt?” “Nee, heilige vader, zij mogen desgewenst gebeden worden”, antwoordde de ceremoniemeester. En de paus: “Maar men kan deze gebeden in geen enkel boek meer vinden: zelfs de kaarten in de sacristie zijn er niet meer.. Ze zullen dus verloren gaan!”

Dit zijn korte opmerkingen, maar geven uitdrukking aan het liturgische gevoelen van paus Montini en zijn onbehagen met de hervorming waarvan hij zag dat die te ver ging, zoals Noè zelf in zijn “Dagboeken” noteert: “Men krijgt de indruk dat de paus niet volkomen tevreden is met wat in de liturgiehervorming tot stand is gebracht. […] Hij weet niet altijd alles wat er aan liturgische hervorming is doorgevoerd. Misschien zijn hem soms een paar dingen ontgaan op het moment van de voorbereiding en de goedkeuring."

Ook dit moet over hem in herinnering blijven als hij de komende herfst wordt heilig verklaard.

*

Bij wijze van documentatie volgen hier gebeden – in het Latijn en in de landstaal – die de priester placht te bidden terwijl hij zich met de paramenten bekleedde en die Paulus VI bleef bidden zelfs na hun verwijdering uit de huidige liturgische boeken.

Cum lavat manus dicat:
Da, Domine virtutem manibus meis ad abstergendam omnem maculam: ut sine pollutione mentis et corporis valeam tibi servire.

Ad amictum, dum ponitur super caput, dicat:
Impone, Domine, capiti meo galeam salutis, ad expugnandos diabolicos incursus.

Ad albam, cum ea iduitur:
Dealba me, Domine, et munda cor meum; ut, in sanguine Agni dealbatus, gaudii prefruat sempiternis.

Ad cinguum, dum se cingit :
Praecinge me, Domine, cingulo puritatis, et extingue lumbis meis humorem libidinis ; ut maneat in me virtus continentiae et castitatis.

Ad manipulum, dum imponitur bracchio sinistro:
Merear, Domine, portare manipulum fletus et doloris; ut cum exsultatione recipiam mercedem laboris.

Ad stolam, dum imponitur collo:
Redde mihi, Domine, stolam immortalitatis, quam perdidi in praevaricatione primi parentis: et, quamvis indignus accedo ad tuum sacrum mysterium, merear tamen gaudium sempiternum.

Ad casulam, cum assumitur:
Domine, qui dixisti: iugum meum suave est, et onus meum leve: fac, ut istud portare sic valeam, quod consequar tuam gratiam. Amen.

Wanneer hij zijn handen wast, moet hij zeggen
Geef, Heer, kracht aan mij handen opdat iedere smet wordt afgewist: zodat ik U, zuiver naar lichaam en geest kan dienen.

Als hij de amict op zijn hoofd legt moet hij zeggen :
Plaats, Heer, op mijn hoof de helm van het heil om alle aanvallen van de duivel te kunnen weerstaan.

Als hij de albe aantrekt:
Was mij wit, Heer, en reinig mijn hart; opdat wij, wit gewassen in het bloed van het Lam, de eeuwige vreugde mogen genieten.

Wanneer hij zijn singel omdoet:
Omgord mij, Heer, met de gordel van de zuiverheid en doof in mijn lendenen de gloed van de begeerte, zodat in mij blijft de deugd van de onthouding ende kuisheid.

Wanneer hij de manipel aan zijn linkerarm doet:
Moge ik de manipel van droefheid en pijn dragen, opdat ik met vreugde het loon van mijn zwoegen mag ontvangen.

Wanneer hij de stola om zijn hals doet:
Geef mij, Heer, weer het kleed van de onsterfelijkheid dat ik verloren heb door de ontrouw van mijn voorvader: en geef dat ik, hoewel ik onwaardig tot uw heilig mysterie nader, toch de eeuwige vreugde mag verwerven.

Wanneer hij zich met het kazuifel bekleedt:
Heer, die gezegd hebt: mijn juk is zacht en mijn last is licht: maak dat ik dit zo mag dragen dat dat ik uw genade mag bereiken. Amen.

zondag 6 mei 2018

Het priesterschap (2)


Uit: Maria Valtorta, De Geschriften 1943
Uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

10 juni 1943
Jezus zegt:
“Bid, offer en lijd veel voor Mijn priesters. Veel zout is smakeloos geworden (Mt. 5,1) en daardoor lijden de zielen, omdat ze de smaak van Mij en Mijn Leer verliezen.
Het is enige tijd geleden dat Ik je dit heb verteld, maar jij wilt dit niet horen. En je wilt dit niet opschrijven. Je kruipt in je schelp terug. Ik begrijp de redenen. Maar anderen, vóór jou, hebben erover gesproken, door Mij geïnspireerd, en dat waren heiligen. Het is nutteloos de ogen en de oren te willen sluiten om niet te zien en niet te horen. De waarheid roept ook in het stilzwijgen. Ze schreeuwt het uit in daden, die de machtigste zijn van de woorden.

donderdag 3 mei 2018

Een roze vervolg

Pastoor C. Mennen pr

Mij werd onlangs een brief doorgestuurd die de deken van Den Bosch, Geertjan van Rossem, aan de “collega’s” heeft gestuurd. Daarin deelt hij mee dat als vervolg op de roze zaterdagviering van vorig jaar de bisschop in mei enkele gespreksavonden en middagen organiseert met verschillende groepen. “Zo zal er o.m. een oecumenische avond zijn maar ook een avond voor katholieken uit het eigen bisdom. Bij die laatste avond denkt de bisschop allereerst aan de regio Den Bosch waar de roze zaterdagviering plaats vond. Voor die gespreksavond worden gericht enkele mensen uitgenodigd, die in de thematiek van homoseksualiteit, geloof en kerk zijn geïnteresseerd. Dat kunnen mensen zijn die vinden dat de samenleving (en de kerk) veel te permissief en vrijzinnig is en dat kunnen mensen zijn die vinden dat de kerk te star is, en van alles er tussen in…. De gespreksleiders zorgen ervoor dat het geen discussie wordt maar een uitwisseling van gedachten, overtuigingen en ervaringen. Het gaat er primair om, om elkaar te horen en in de ogen te zien. De bisschop zal er ook bij zijn, en zal bij alle tafels enige tijd aanzitten en deelnemen aan het gesprek.”

Als ik dit lees, dan vraag ik mij af wat is de bedoeling van dergelijke avonden? Er staat dat het is “om elkaar te horen en elkaar in de ogen te zien”. Tamelijk vaag. Het doet mij een beetje denken aan de Ecclesia-gespreksgroepen van de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw. Daar zaten mensen op basis van hun beperkte ervaring, dat periodieke onthouding moeilijk was, zich, elkaar in de ogen kijkend, een mening te vormen over de encycliek “Humanae Vitae” zonder die zelf ooit gelezen te hebben, alleen aan de hand van paar tendentieuze gespreksvragen. Afhankelijk van de mensen die je uitnodigt en die willen komen, is de uitkomst voorspelbaar.

Ik lees niet dat de Bisschop het standpunt van de katholieke Kerk rond homoseksualiteit zal verduidelijken en zal aangeven hoe een katholieke homoseksueel zou moeten leven als hij Gods bedoelingen wil volgen. Ik lees niet dat dat de basis zal zijn van de gesprekken.

Maar dan zie ik ook het nut van een dergelijke avond vanuit katholiek perspectief niet meteen zitten. Dat wordt nog een onderstreept door de verbinding die door de deken gelegd wordt met de roze-zaterdagviering van vorig jaar waartegen breed vanuit katholieke kant bezwaar tegen is gemaakt als zijnde tegen het katholieke geloof.

Ik begrijp uit de brief dat de Bisschop ook een oecumenische avond wil houden. Wat daar de bedoeling van is, is mij volslagen onduidelijk, aangezien de verschillen in opvatting rond homoseksualiteit tussen de Rooms-katholieke Kerk en de grote stroom van de  PKN erg groot is.

Ik ben bang dat de hoofdtoon op de avonden zal zijn: het bejammeren van het standpunt van de Rooms-katholieke Kerk dat nu eenmaal niet zo goed in de huidige markt ligt, en het bejubelen van de zgn. van God gegeven gelijkgeslachtelijke relatie.

Let wel: ik ben voor gedegen pastoraal rond homoseksuelen die met hun geaardheid geconfronteerd worden en die oprecht katholiek willen zijn en willen leven volgens Gods wet. Ik zou zelfs willen dat de bisschop daar een aparte pastorale werker voor zou aanstellen maar dan met de duidelijke opdracht groepen te vormen naar het voorbeeld van de Amerikaanse “Courage”groepen waarvan er ondertussen ook al in Europa zijn. Dat zijn groepen waarin homoseksuelen elkaar steunen om christen te zijn. Het is de moeite waard de website eens te bestuderen. Dergelijke groepen ook in ons bisdom opzetten, zou een positieve pastorale bijdrage zijn in de lijn van de Bijbel en de moraal van de Kerk.

Maar dat is onze tijd minder “sexy” dan langs de randjes van de orthodoxie applaus te oogsten.

zondag 29 april 2018

Brief aan kardinaal Zen: Steun voor onze vervolgde broeders in China

Op 25 februari 2018, heeft het in Brazilië gevestigde Plinio Corrêa de Oliveira Instituut een brief gestuurd aan Joseph kardinaal Zen Ze-kiun om daarmee de heroïsche vervolgde Katholieken van de ondergrondse kerk in China te steunen.
Mensen die de vervolgde broeders ook willen steunen kunnen de brief ook tekenen via deze link.



Aan zijne Eminentie Joseph Kardinaal Zen Ze-Kiun

Eminentie,

Het Instituut Plinio Corrêa de Oliveira, een maatschappelijke organisatie die het werk voortzet van de eminente professor wiens naam het instituut draagt, en zijn mede-ondertekenende zusterorganisaties die overal op de wereld werken aan de verdediging van de blijvende waarden van de christelijke beschaving, hun directeuren, hun leden en begunstigers zijn rooms-katholieken die vechten tegen de aanval van het communisme en het socialisme.

Het fundamenteel anticommunistische standpunt dat voortvloeit uit de katholieke overtuigingen van onze organisaties is opnieuw versterkt door het heldhaftig verzet van de “ondergrondse Kerk” die trouw is aan Rome. Haar bisschoppen, priesters en miljoenen katholieken weigeren zich te onderwerpen aan de zogenaamde Patriottische Kerk, die schismatiek is in de relatie tot Rome en volledig onderworpen aan de centrale macht van Beijing.

“Zalig zijn zij die vervolging lijden omwille van de gerechtigheid: want aan hen behoort het rijk der hemelen” (Mt. 5, 10); “Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Daar gij echter niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u.”( (Joh. 15, 18-19)

Door deze goddelijke woorden van onze Heer Jezus Christus aan te halen drukken wij onze bewondering uit voor de enige katholieke Kerk in China, die nu onder communistische onderdrukking lijdt en waarvan uwe Eminentie een eminent lid en de woordvoerder is. Wij zien deze vervolgde katholieken als broeders in het geloof. Tot hen is de Verklaring van Verzet van 1974 gericht die opgesteld is door de eminente Braziliaanse katholieke leider Plinio Corrêa de Oliveira (1908-1995), de stichter van de Braziliaanse Vereniging voor de verdediging van Traditie, Gezin en Eigendom en de inspirator van de zelfstandige TFP’s en zusterorganisaties over heel de wereld. Dat document is getiteld “De Vaticaanse ontspanningspolitiek tegenover communistische regeringen – Moeten de TFP’s inbinden? Of moeten zij weerstand bieden?”

Zoals uwe Eminentie in deze verklaring van 1974 kan lezen, streefde de Vaticaanse diplomatie in Oost-Europa en Zuid-Amerika naar een slinkse politiek van toenadering tot communistische regimes die zeer schadelijk waren voor echte katholieken en die ertoe zou leiden dat de heilige katholieke Kerk zich zou onderwerpen aan de rode despoten.

Op 7 april 1974 berichtte de pers in de grootste stad van Zuid-Amerika (Vgl. Estado de São Paulo) over een interview van aartsbisschop Agostino Casaroli die beweerde dat “katholieken gelukkig zijn onder het socialistisch regime” dat Castro’s communisten aan het ongelukkige eiland Cuba hadden opgelegd. Aartsbisschop Casaroli zei verder dat “de Cubaanse katholieke Kerk en haar geestelijke leiding altijd zal proberen een conflict met de socialistische regering die het eiland regeert, te vermijden.”

Door deze verklaringen van een hoge Vaticaanse gezant – die overeenkwamen met de standpunten van andere prelaten die collaboreerden met de communisme – werden veel katholieken pijnlijk verrast en zij veroorzaakten een moreel trauma bij hen die trouw waren aan de onveranderlijke sociale en economische leer van Leo XIII, Pius XI en Pius XII. Deze Ostpolitik, zo werd ze genoemd, was een bron van verbijstering en verdriet en veroorzaakte een schrijnend drama in menige ziel. Immers dit gaat veel verder dan sociale en economische vragen; het heeft te maken met wat het meest wezenlijke, vitale en gevoelige is in de ziel van een rooms katholiek: zijn geestelijke verbondenheid met de Plaatsbekleder van Christus.

De Vaticaanse toenaderingspolitiek ten aanzien van communistische regeringen doet een uiterst pijnlijke twijfel ontstaan: is het voor katholieken geoorloofd om zich niet te bewegen in de richting die Heilige Stoel heeft aangegeven?  Is het voor hen geoorloofd het verzet tegen het communisme op te geven?

Wij hebben nu bij de Vaticaanse politiek ten aanzien van de zogenaamde patriottische Kerk, die aan Bejing onderworpen is, te maken met een gelijksoortige maar zelfs nog gevaarlijker situatie.

Inderdaad is de katholieke wereld geschokt door het recente bezoek aan China van een Vaticaanse delegatie, geleid door aartsbisschop Claudio Maria Celli. Tijdens zijn bezoek heeft hij in naam van paus Franciscus de wettige herders van Shantou en Mindong gevraagd hun bisdommen en hun kuddes over te dragen aan onwettige bisschoppen, die aangesteld zijn door de communistische regering en gescheiden zijn van de Heilige Stoel.

De woorden van aartsbisschop Marcelo Sánchez Sorondo, kanselier van de Pauselijke Academie voor Wetenschappen en de en de Pauselijke Academie van Sociale Wetenschappen, bekend als een vertrouwd adviseur van de heilige vader, kwamen aan als een huiveringwekkende en nog ergere herhaling van de verklaringen van aartsbisschop Casaroli in Cuba. Volgens het Turijnse dagblad La Stampa van 2 februari, heeft hij beweerd: “Op dit ogenblik zijn de Chinezen degenen die het best invulling geven aan de sociale leer van de Kerk…. De Chinezen zijn uit op het gemeenschappelijk welzijn en maken alles onderschikt aan het algemeen welzijn.”

Na het bezoek aan een land dat vermalen wordt door een dictatuur die nog meedogenlozer is dan de Cubaanse, zei aartsbisschop Sánchez Sorondo, net als aartsbisschop Casaroli: “Ik trof een bijzonder China aan;  wat mensen niet weten, is dat het centrale Chinese principe is: werken, werken, werken. Ik trof geen sloppenwijken aan, er zijn geen drugs, jonge mensen gebruiken geen drugs …. [China] komt op voor de waardigheid van de persoon…”

Hij sprak met geen woord over de godsdienstvervolging die de communisten onze broeders in het geloof aandoen, niets over bisschoppen, priesters en gelovigen die gevangen zitten, niets over de systematische en algemene schending van de fundamentele rechten van de mens die geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God.

De controversiële en foutieve uitspraken van deze hoog geplaatste Vaticaanse prelaat gaan veel verder dat de uitspraken van aartsbisschop Casaroli in Cuba lang geleden in 1974. Een zij kwetsen het oprechte christelijke geweten eens te meer.

Het huidige drama van de Chinese katholieken is ook het drama van alle gelovigen die willen volharden als zij geconfronteerd worden met de communistische Leviathan. Gisteren en vandaag worden zij door de diplomatie van de Heilige Stoel gedwongen een buitengewoon onrechtvaardige overeenkomst met het communistische regime te aanvaarden en worden zij geconfronteerd met dit ondraaglijke gewetensprobleem: is het geoorloofd nee te zeggen tegen de Vaticaanse Ostpolitik en door te gaan met verzet te bieden aan het communisme, zo nodig zelfs tot aan het martelaarschap?

In de boven genoemd Verklaring van Verzet uit 1974 stelde professor Plinio Corrêa de Oliveira (zonder dat hij enige tegenkanting ontving van Paulus VI of van welke volgende paus dan ook) dat het niet alleen geoorloofd maar zelfs een plicht is de houding van verzet van Paulus tegenover de heilige Petrus, de eerste paus, na te volgen:

“Verzet” is het woord dat met opzet gekozen is want het wordt in de Handelingen van de Apostelen door de Heilige Geest zelf gebruikt om de houding aan te geven van de heilige Paulus tegenover de heilige Petrus, de eerste paus. die disciplinaire maatregelen had genomen om bepaalde praktijken uit de oude Synagoge in de katholieke eredienst te behouden. Sint-Paulus zag daarin een groot gevaar voor leerstellige verwarring en gevaar voor de gelovigen. Hij stond dus op tegen de heilige Petrus en “weerstond hem in het gezicht” (Gal. 2, 11). In deze geestdriftige en geïnspireerde actie van de apostel van de heidenen zag de heilige Petrus geen daad van rebellie, maar eerder een daad van eenheid en broederlijke liefde. De heilige Petrus wist heel goed waarin hij onfeilbaar was en waarin niet en hij onderwierp zich aan de argumenten van de heilige Paulus. De heiligen staan model voor de katholieken. Bijgevolg is op dezelfde wijze waarop de heilige Paulus weerstand bood, onze houding een houding van verzet.

Ons verzetten betekent dat wij katholieken zullen adviseren door te gaan met de strijd tegen de communistische leer met alle geoorloofde middelen, ter verdediging van hun landen en de christelijke beschaving.
Ons verzetten betekent dat wij nooit onwaardige opruiende middelen zullen gebruiken en nog minder houdingen zullen aannemen die niet passen bij de verering en de gehoorzaamheid die wij aan de paus verschuldigd zijn volgens de normen van het canoniek recht.
De Kerk is niet, de Kerk was nooit, en de Kerk zal nooit zijn een gevangenis voor het geweten. De band van gehoorzaamheid met de opvolger van Petrus, die wij nooit zullen verbreken, waarvan wij houden in het diepst van onze ziel en waaraan wij onze hoogste liefde geven, deze band kussen wij precies op het moment dat wij, overmand door verdriet, ons standpunt weergeven. En op onze knieën, terwijl we in verering opzien naar de figuur van zijn heiligheid Paulus VI, willen wij ons volledige trouw aan hem uitdrukken.

In kinderlijke overgave zeggen wij tot de herder van de herders: Onze ziel is van u. Beveel ons te doen wat u maar wilt. Maar beveel ons niet werkeloos toe te zien bij de aanval van de rode wolf. Dit is tegen ons geweten.”

In de zeventiger jaren waren wij ook blij in de glorierijke gelederen van het Chinese episcopaat  het onverschrokken verzet te zien van de beroemde landgenoot van uwe Eminentie, Paul kardinaal Yü Pin, destijds aartsbisschop van Nanjing en deken van de Katholieke Universiteit van Taipei, Taiwan (Vgl. The Herald of Freedom, 15 februari 1974, dat een communiqué aanhaalt van de Religious News Service).

Kardinaal Yü Pin vertelde het bovengenoemde agentschap (en uwe Eminentie bevestigt dit) dat het een illusie zou zijn van communistisch China te verwachten dat het zijn anti-religieuze politiek zou wijzigen.

Bewijs hiervoor komt van niemand anders dan president Xi Jinping die op het 19de congres van de Chinese communistische partij benadrukte dat “de cultuur moet worden aangewend voor de zaak van het socialisme en de leiding van het marxisme moet volgen”, en daarom “moet religie ook Chinees van aard zijn” en geleid door de partij zodat ze zich aanpast aan de socialistische maatschappij” ( The Washington Post, 18 oktober 2017).

Terug naar kardinaal Yü Pin, hij zei verder, veertig jaar geleden: “Wij willen trouw blijven aan de blijvende waarden van de internationale gerechtigheid…. Het Vaticaan kan anders handelen maar dat zal ons niet veel van positie doen veranderen. Ik denk dat het een illusie is te hopen dat een dialoog met Bejing de christenen op het Chinese vasteland zou kunnen helpen….. Het Vaticaan bereikt niets voor de christenen in Oost-Europa…. Als het Vaticaan de godsdienst niet kan beschermen, heeft het geen motief hiermee door te gaan…. Wij willen trouw blijven aan onze opdracht maar wij zijn slachtoffer van communistische onderdrukking. Met deze toenadering (tussen het Vaticaan en communistisch China), zouden we onze vrijheid verliezen. Als Chinezen moeten we vechten voor onze vrijheid.

Aan deze heldere en krachtige woorden die doen denken aan de woorden van St.-Paulus “Ik heb hem in het gezicht (de H. Petrus) weerstaan” (Gal. 2, 11), voegde kardinaal Yü Pin deze ontroerende opmerking toe: “Er is een ondergrondse Kerk in China. De Kerk in China zal overleven net als de vroege christenen overleefden in de catacomben en dat kan een echte christelijke wedergeboorte voor de Chinezen betekenen.”

Daarom: het Instituut Plinio Corrêa de Oliveira, en zijn mede-ondertekenende zusterorganisaties overal op de wereld, en de duizenden individuele katholieken die deze boodschap van morele ondersteuning ondertekenen:

1.      Spreken bij deze aan uwe Eminentie, aan de hele hiërarchie, geestelijkheid en gelovigen van de ondergrondse katholieke Kerk in China hun bewondering en hun morele solidariteit uit in deze tijd waarin het dringend nodig is weerstand te bieden aan de communistische Moloch en aan de Vaticaanse Ostpolitik. De bisschoppen en de priesters van de vervolgde ondergrondse Kerk van China die nu weerstand bieden, staan voor  het oog van de wereld als levende symbolen van de “goede herder, die zijn leven geeft voor zijn schapen”.

2.      Bevestigen dat zij kracht en onoverwinnelijke hoop putten uit het legendarische voorbeeld van de martelaren die in China volharden. Hun katholieke zielen juichen deze edele slachtoffers toe: Tu gloria Jeruzalem, tu laetitia Israel, tu honorificentia populi nostri (Judit 15, 10). Deze martelaren zijn de glorie van de Kerk, de vreugde van de gelovigen, de eer van hen die deze heilige strijd voortzetten.

3.      Richten hun gebeden tot onze Lieve Vrouw van China zodat zij met haar moederlijke zorg haar Chinese kinderen die moeten vechten, mag helpen en bemoedigen om trouw te blijven ondanks deze wrede en vijandige omstandigheden.

São Paulo, 25 februari 2018
Het Instituut Plinio Corrêa de Oliveira

zaterdag 28 april 2018

De Laatste Tijden (7)


Uit: Maria Valtorta, de Geschriften 1943, blz. 196
Uitg. St. Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend

30 juli 1943
Jezus zegt:
“En nu, na de zwarte mozaïeksteentjes en de violette, de gouden steentjes van het mozaïek van Jesaja.

De Heer zegt: 'Wel, Ik zal een steen leggen als fundament voor Sion, een uitgelezen hoeksteen, kostbaar, gebaseerd op de fundamenten; moge wie gelooft geen haast hebben'.
'Wie voortgaat in gerechtigheid en de waarheid zegt, wie de winst van de laster versmaadt en zich niet laat omkopen, wie zijn oren dichtstopt om niet te horen praten over bloed en de ogen sluit om het kwaad niet te zien, zal wonen in de verheven plaats, de vestingen op de rotsen zullen zijn hoge woonplaats zijn'.

zondag 22 april 2018

Het priesterschap

Uit: Het Epos van de God-Mens deel 12 Blz. 162
Uitg. Stichting Maria Valtorta
De geschriften van Maria Valtorta zijn privé-openbaringen en zijn niet volledig door de Kerk erkend
22-4-1947

Jezus zegt (tot Zijn apostelen na Zijn verrijzenis):
… Geeft dus in Mijn Naam het priesterschap door aan de besten onder de leerlingen, opdat de wereld niet zonder priesters blijft. En moge die heilige waardigheid slechts worden toegekend na een grondig onderzoek, niet van zijn woorden maar van de werken van wie priester wil worden, of wie jullie geschikt achten voor deze taak.

dinsdag 17 april 2018

Petitie van enige katholieken aan de bisschoppen en hulpbisschoppen van Nederland


I - Inleiding

Eminentie, Excellenties,

Tot voor enkele jaren leek het onbestaanbaar, maar de laatste jaren moeten wij verbijsterd constateren dat het Vaticaan onder het pontificaat van paus Franciscus met name  wat betreft kwesties die de essentie raken van de leer van de Kerk over huwelijk en seksualiteit, een weg is ingeslagen die een weg van afbraak moet worden genoemd.

Aanvankelijk kon men proberen de dubieuze uitspraken en maatregelen van de Paus zelf of van zijn medewerkers te vergoelijken, in de verwachting dat de vergissingen of uitglijders van tijdelijke aard zouden zijn en weer zouden worden bijgesteld. Nu is dit niet meer vol te houden. Er is teveel dat niet onweersproken mag blijven, er is teveel verdeeldheid en onzekerheid gecreëerd.

Een steekwoord-gewijze herinnering van enige bedenkelijke zaken:

• De Vaticaanse voorstelling als zou instemming met de wetenschappelijk ongefundeerde en moreel gevaarlijke klimaat-theorie van de Verenigde Naties een religieuze plicht zijn;

• De gemanipuleerde rapportage over de Bisschoppensynode van 2014 in Rome, richting liberalisering van echtscheiding en erkenning van homoseksuele relaties;

• De paragrafen in de encycliek Amoris Laetitia, waarin een opening wordt gemaakt voor geldig gehuwden in een nieuwe relatie om de H. Communie te ontvangen zonder aan de vereiste voorwaarden te voldoen, en waarin terloops het beginsel wordt ingevoerd dat het subjectieve gewetensoordeel boven de gekende Wet van God kan staan;

• De volgehouden weigering van de Paus om de (juiste, katholieke) opheldering te geven aan de kardinalen c.s. die respectvol en met kracht van argumenten hun “Dubia” hebben voorgelegd—en het negéren van de ernstige bezwaren van de Congregatie voor de Geloofsleer (kardinaal Müller);

• Het pauselijke fiat aan de bisschoppen van Argentinië, Duitsland, en Malta, die de gewraakte paragrafen hanteren in de liberale zin waarin ze dan wel zijn bedoeld;
• De eerbewijzen aan radicaal-feministische abortusactivisten (o.a. het Nederlandse schandaal-Ploumen en de nalatige afhandeling ervan);

• De benoeming binnen en buiten het Vaticaan van personen die Humanae Vitae verwerpen of zelfs pro-abortus zijn, en van adviseurs en bisschoppen in verschillende delen van de wereld die openlijk pleiten voor erkenning van homoseksuele relaties;

• De twijfelachtige instelling van een commissie die Humanae Vitae “opnieuw moet onderzoeken”; de waarschijnlijke voorbereidingen voor opheffing van het algemene priestercelibaat; waarschijnlijk het bespreekbaar maken van “vrouwelijke diakens”;

• De misplaatste Lutherverering en de ontkenning van de noodzaak om te streven naar de bekering van protestanten, schismatieken en zelfs Moslims;

• Het wegkijken en bagatelliseren van het gevaar van de Islam; het voorstellen van de Islam als onschuldige, menslievende religie – we hebben het uiteraard niet over de individuele Moslim – en de verwaarlozing van de door de Islam vervolgde christenen en van de christenen die voor de Islam zijn gevlucht;

• Het uitleveren van de katholieke bisschoppen en 60 miljoen gelovigen in China aan de de communistische Staat, wat een van de ernstigste schandalen in de  geschiedenis van het Vaticaan kan worden.

Deze dingen hangen met elkaar samen. De rode draad die er doorheen loopt is globaal die van het Modernisme en Protestantisme. Een halve eeuw geleden hebben we in Nederland meegemaakt dat deze dwalingen de ooit vitale Kerk grotendeels hebben verwoest. Maar nadat onder het pontificaat van de vorige Pausen consolidatie en voorzichtig herstel op gang is gebracht, komen de ideeën en beweringen van de dissidente theologen en hun volgelingen van de jaren zestig nu tot ons vanuit het Vaticaan zelf. We maken ons daarom geen illusies waartoe dit zal leiden.



II - Drie verzoeken aan de Nederlandse bisschoppen


Eminentie, Excellenties,

1.
De priesters en lekengelovigen voor wie U als Bisschoppen verantwoordelijkheid draagt mogen op dit ogenblik van verwarring en onzekerheid met recht een beroep op U doen om hen door een ondubbelzinnge, leergetrouwe stellingname en voorlichting te leiden en te beschermen tegen de dwalingen in leer en praktiijk die nu de kans krijgen.

Met alle U verschuldigd respect, verzoeken wij U zich uit te spreken:

vóór integrale handhaving van Humanae Vitae;
vóór handhaving van de leer en de praktijk ten aanzien van het ontvangen van de heilige Communie door geldig gehuwde gescheiden personen in een nieuwe relatie;
vóór handhaving van de morele leer aangaande homoseksuele relaties;
vóór handhaving van de canons en decreten van het Concilie van Trente, in het spoor van Vaticanum II (Lumen Gentium); met name vóór handhaving van de leer over de suprematie van de Wet van God boven het subjectieve geweten.
In concreto vatten we deze afzonderlijke verzoeken samen in één enkel, ongecompliceerd verzoek:

Wilt U zich uitspreken voor trouw aan en handhaving van de leerstellige geschriften van de voorgaande pausen: de zalige Paulus VI, St. Johannes Paulus II, en Benedictus XVI?

2.
Daarnaast verzoeken wij U, die als Bisschoppen de eerst aangewezenen bent in de Kerk die, in navolging van St. Paulus, een Paus en/of andere hoogste gezagsdragers voor ernstige fouten kunt waarschuwen en zonodig volgens de daartoe bestaande procedures kunt corrigeren—om U aan te sluiten bij die oprechte en moedige prelaten in de Wereldkerk die zich al op de juiste wijze tot de Paus hebben gewend.
In concreto vragen wij U:

Wilt U zich aansluiten bij het verzoek om de correcte opheldering van de omstreden passages in Amoris Laetitia, zoals aan de Paus gericht door de initiatiefnemers van deze “Dubia”, de kardinalen Caffarra, Burke, Meissner, en Brandmüller?
Natuurlijk hopen wij dat de Bisschoppen en Hulpbisschoppen van Nederland eensgezind een dergelijk gebaar zullen maken. Zal dit niet gebeuren, dan geldt ons verzoek iedere Bisschop en Hulpbisschop afzonderlijk, als de verantwoordelijke autoriteit in zijn eigen bisdom.

3.
Ten derde vragen wij Uw aandacht voor de urgente nood van de Kerk in China:

Wilt u moeite doen het Vaticaan ervan te weerhouden de Kerk over te leveren aan het communistische bewind, tegen de dringende smeekbeden in van hen die werkelijk weten wat dit gaat betekenen? Wilt u kardinaal Zen openlijk ondersteunen?



U dankend voor uw aandacht, en met het u verschuldigd respect,

namens een twintigtal ondertekenaars,

Dr. G.J.M. van den Aardweg, Aerdenhout
Prof. Dr. Ir. W.J. Witteman, Hengelo

(initiatiefnemers)