zondag 17 september 2017

Darwinisme

20 december 1943
Maria Valtorta

Jezus zegt:
“Een van de punten waarin jullie hoogmoed in de fout gaat – wat bovenal jullie hoogmoed vernedert door jullie een afstamming te geven die jullie, als je wat minder verleid was door hoogmoed, zouden verwerpen als vernederend – is de theorie van Darwin.
Om God niet aan te nemen, Die in Zijn macht het universum uit het niets kon hebben geschapen en de mens uit de reeds geschapen klei, nemen jullie als vaderschap aan dat van een beest.
Begrijpen jullie niet dat jullie jezelf verlaagt, want, denkt na, zal een beest, hoe perfect, geselecteerd, verbeterd en geperfectioneerd in vorm en instinct het ook moge zijn, en zo je wilt ook in de mentale vorming, niet altijd een beest zijn? Begrijpen jullie dat niet? Dat getuigt in ongunstige zin, voor wat jullie trots betreft, van pseudo-supermensen.
Als jullie het echter niet begrijpen, Ik zal niet degene zijn die woorden verspilt om jullie je ervan bewust te maken en overtuigd van de dwaling. Ik vraag jullie alleen één ding, wat jullie jezelf nooit hebt afgevraagd, met zovelen als jullie zijn. En als jullie Mij niet kunnen antwoorden met feiten, zal Ik niet langer deze vernederende theorie van jullie bestrijden.
Als de mens afstamt van de aap, die door progressieve evolutie een mens is geworden, hoe kan het dan dat  jullie in zoveel jaren, waarin jullie deze theorie verdedigen, er nooit in geslaagd bent, zelfs niet met de geperfectioneerde instrumenten van nu, van een aap een mens te maken? Jullie zouden van een koppel intelligente apen de meest intelligente kinderen hebben kunnen nemen, en dan de meest intelligente daarvan, enz. Jullie zouden dan nu veel generaties geselecteerde, onderrichte, door de geduldigste, hardnekkigste en scherpzinnigste wetenschappelijke methodes verzorgde apen hebben. Maar jullie zouden nog steeds apen hebben. En áls er een verandering zou plaatshebben, zou het deze zijn: dat de dieren fysiek minder sterk dan de vorige zouden zijn en moreel meer gedegenereerd, want met al jullie methoden en instrumenten zouden jullie die perfectie van de aap hebben vernietigd, die Mijn Vader voor deze viervoeters heeft geschapen.
Nog een vraag. Als de mens van de aap afstamt, waarom wordt de mens dan nu, zelfs met inentingen en weerzinwekkende kruisingen, niet weer een aap? Jullie zouden ertoe in staat zijn deze verschrikkingen ook te proberen, als jullie wisten dat het zou resulteren in een goedkeurende bekrachtiging van jullie theorie. Jullie doen het echter niet, omdat jullie weten dat jullie er niet in zouden slagen van een mens een aap te maken. Jullie zouden hem veranderen in een lelijk mensenkind, een gedegenereerde, misschien een misdadiger. Maar nooit een echte aap. Jullie proberen het niet, omdat jullie bij voorbaat weten dat jullie een zeer slecht resultaat zouden behalen en jullie reputatie daaruit geruïneerd tevoorschijn zou komen.
Daarom doen jullie het niet. Om geen andere reden. Want jullie voelen geen enkele wroeging noch afschuw over het vernederen van een mens tot het niveau van een beest, om één van jullie theorieën te bevestigen. Jullie zijn daartoe in staat en tot nog veel meer. Jullie zijn al beesten, want jullie ontkennen God en doden de geest die jullie van de dieren onderscheidt.
Jullie wetenschap vervult Mij met afschuw. Jullie vernederen het intellect, en als dwazen beseffen jullie zelfs niet dat jullie het degraderen. In waarheid zeg Ik jullie, dat veel primitieven meer mens zijn dan jullie.”

zondag 10 september 2017

De verrijzenis

Uit: de Geschriften 1944, Maria Valtorta, blz. 95. Uitg. St. Maria Valtorta
29 januari 1944
Wat ik vanavond zie:
Een onmetelijk uitgestrekt aardoppervlak. Een zee, zo grenzeloos. Ik zeg 'aardoppervlak', want er is aarde zoals in de velden en op de wegen. Maar er is geen boom, geen stengel, geen grassprietje. Stof, stof en stof.
Ik zie dit in het licht dat geen licht is. Een amper zichtbaar schijnsel, loodkleurig, van een violet-groene tint, zoals men dat waarneemt bij een zwaar onweer of bij een totale verduistering. Een licht van uitgedoofde sterren, dat beangstigt. Ziedaar. De hemel is van zijn sterren beroofd. Er zijn geen sterren, geen maan, geen zon. De hemel is leeg, evenals de aarde. De ene beroofd van zijn bloemen van licht, de ander van zijn plantaardig en dierlijk leven. Twee onmetelijkheden, beroofd van wat was.
Ik heb alle tijd om dit troosteloze visioen van de dood van het universum te zien, dat denk ik hetzelfde aanzien heeft van het eerste moment (Gen. 1:1-2), toen de hemel en de aarde al bestonden, maar de hemel zonder sterren en de aarde zonder leven, de aardbol al verhard maar nog onbewoond, vliegend in de ruimten in afwachting van de vinger van de Schepper, die planten en dieren zou geven.
Waarom begrijp ik dat dit het visioen is van de dood van het universum? Omdat een van die “tweede stemmen”, waarvan ik niet weet waar ze vandaan komen, in mij doet wat het koor doet in antieke tragedies: het aangeven van speciale aspecten, die de hoofdpersonen zelf niet toelichten. Het is juist dát wat ik wil zeggen en dat ik u wil zeggen, en dat ik u later zal vertellen.
Terwijl ik de blik laat gaan over deze troosteloze scène, waarvan ik de noodzaak niet begrijp, zie ik, van ik weet niet waar tevoorschijn gekomen, rechtop in het midden van die onbegrensde vlakte de Dood (1Kor. 15:26). Een skelet dat lacht met ontblote tanden en lege oogholten, koning van die dode wereld, gehuld in zijn zweetdoek als in een mantel. Het skelet heeft geen sikkel. Het heeft alles al weggemaaid. De Dood laat de lege blik gaan over zijn oogst en grijnst.
Hij heeft de armen over de borst gevouwen. Dan maakt hij ze los, die skeletachtige armen, en opent de handen die slechts naakte beenderen zijn, en daar hij een reusachtige gestalte is en alomtegenwoordig – of beter gezegd: alles nabij – raakt hij met een vinger, de wijsvinger van de rechterhand, mijn voorhoofd aan. Ik voel de ijzige koude van het puntige bot, dat mijn voorhoofd lijkt te doorboren en mijn hoofd binnen lijkt te dringen als een naald van ijs. Ik begrijp echter dat dit geen andere betekenis heeft dan mijn aandacht te willen vestigen op wat er staat te gebeuren.
Hij maak met zijn linkerarm in feite een gebaar en wijst mij op de troosteloze vlakte waarop wij ons bevinden, hij de koning en ik de enig levende. Op zijn zwijgend bevel, gegeven met de skeletachtige vinger van de linkerhand en met het ritmisch naar rechts en links wenden van het hoofd, splijt de aarde in duizenden en duizenden barsten, en in de diepte van die donkere scheuren glanzen verspreid liggende witte dingen, maar ik begrijp niet wat het zijn (Ez. 37: 1-14).
Terwijl ik mij inspan te ontdekken wat het zijn, gaat de Dood door met zijn blik en zijn bevel de aardschollen te ploegen als met een ploegschaar, en die openen zich steeds verder tot aan de horizon. En hij ploegt de golven van de zeeën zonder zeilen, en de wateren openen zich in vloeibare draaikolken.
En dan komen uit de aardkluiten en uit de plooien van de zeeën, die zich weer samenvoegen, de witte dingen die ik verspreid heb zien liggen. Het zijn miljoenen en miljoenen skeletten, die uit de oceanen aan de oppervlakte komen en die zich oprichten uit de grond. Skeletten van velerlei grootte. Die van zeer kleine kinderen, waarvan de handjes lijken op kleine stoffige spinnen, tot die van volwassen mensen, en ook reusachtige, waarvan de omvang doet denken aan wezens van voor de zondvloed. En zij staan daar verbaasd en als bevend, zoals mensen die plotseling zijn ontwaakt uit een diepe slaap en niet begrijpen waar ze zich bevinden.
Het zien van die skeletachtige lichamen, witglanzend in dat onwezenlijke licht van de Apokalyps, is vreselijk.
En dan verdicht zich rondom die skeletten langzaam een nevelachtigheid, lijkend op uit de aarde opkomende nevel, uit de open zeeën; het neemt vorm en ondoorzichtigheid aan en wordt vlees, een lichaam dat lijkt op dat van ons, levenden; de ogen, zelfs de oogholten vullen zich met irissen, de jukbeenderen worden bedekt met wangen, en op de kaken spreidt zich tandvlees uit en de lippen krijgen vorm, de haren komen terug op de schedels en de armen en vingers worden weer beweeglijk, heel het lichaam komt weer tot leven, net als het onze.
Eender, maar verschillend van uiterlijk. Er zijn zeer mooie lichamen bij, van een perfecte vorm en kleur, die hen doet lijken op meesterwerken van de kunst. Er zijn ook afgrijselijke bij, niet door een echte of eigenlijke verlamming of misvorming, maar door het algemene uiterlijk, dat meer weg heeft van een wild dier dan van een mens. Norse ogen, vertrokken gezichten, een dierlijk uiterlijk, en wat mij het meest treft, een duisternis die van hun lichamen uitgaat en die de loodkleur van de lucht die hen omring vermeerdert, terwijl de zeer mooie lichamen lachende ogen hebben en een heldere blik, een mild uiterlijk, en die een schittering uitstralen die een aureool om heel hun wezen van hoofd tot voeten vormt.
Als ze er allen zouden uitzien als de eersten, dan zou de duisternis zo totaal zijn dat alles verborgen was. Maar krachtens de tweede groep duurt de lichtsterkte niet alleen voort, maar vermeerdert zozeer dat ik alles goed kan waarnemen.
De lelijke lichamen, wier verdoemenis ik niet betwijfel omdat ze de verdoemenis als een teken op het voorhoofd dragen, zwijgen en werpen verschrikte en sombere blikken van onder naar boven en om zich heen, en groeperen zich een één kant op een innerlijk bevel, dat ik niet hoor maar dat door iemand moet zijn gegeven en is waargenomen door de herleefden. Ook de zeer mooie lichamen groeperen zich, elkaar toelachend en met gemengde gevoelens naar de verschrikking van de lelijken kijkend. En die zeer mooien zingen, zingen een langzame, lieflijke, zegenhymne voor God.
Verder zie ik niets. Maar ik begrijp de Eindverrijzenis te hebben gezien (1 Kor. 15; 35-38). ik vergat u te zeggen dat de lichamen allemaal naakt waren, maar dat ze geen zinnelijkheid veroorzaakten, alsof ook de kwaadwilligheid dood was: in hen en in mij. En dan, voor de lichamen van de verdoemden was hun duisternis als een afscherming, en voor de gelukzaligen was hun eigen licht een bekleding. Daarom verdween wat dierlijk in ons is onder de uitstroming van de innerlijke geest, de zeer blije of zeer wanhopige heer van het vlees.

Jezus zegt:
“Als het einde van de tijd gekomen is en het leven alleen nog Leven in de Hemelen zal moeten zijn, zal de universele wereld, zoals jij hebt gedacht, weer zo zijn als in het begin, alvorens volledig te worden vernietigd. Dat zal gebeuren als Ik zal hebben geoordeeld.
Velen denken dat de tijd tussen het moment van het einde tot aan het universele oordeel slechts een ogenblik zal zijn. Maar God zal tot het einde goed zijn, dochter. Goed en rechtvaardig.
Niet alle levenden van het laatste uur zullen heiligen zijn en niet allen verdoemden. Onder de eersten zullen er zijn die bestemd zijn voor de Hemel, maar nog iets moeten uitboeten. Het zou onrechtvaardig zijn als Ik voor hen die uitboeting zou tenietdoen, waarmee Ik ook al diegenen heb bedreigd die hen zijn voorgegaan en die zich in dezelfde conditie hebben bevonden bij hun dood.
Daarom, terwijl de gerechtigheid en het einde voor de andere planeten zullen komen, en de sterren aan de hemel als fakkels, die iemand uitblaast, één voor één uitdoven, en duisternis en koude  zullen gaan toenemen, gedurende Mijn uren die voor jullie eeuwen zijn – en het uur van de duisternis is al begonnen in de firmamenten en ook in de harten – zullen de levenden van het laatste uur, in het laatste uur gestorven, die de Hemel hebben verdiend maar nog gezuiverd moeten worden, naar het zuiverende vuur gaan. Ik zal de gloed van dat vuur vermeerderen, opdat de zuivering sneller verloopt en de zaligen niet te lang moeten wachten op de verheerlijking van hun heilig vlees en opdat ook dat lichaam zich kan verheugen in het zien van zijn God, zijn Jezus in Zijn volmaaktheid en in Zijn triomf.
Ziedaar waarom je de aarde hebt gezien, beroofd van gewassen en bomen, van dieren en mensen, van leven, en de oceanen zonder schepen, uitgestrekt, vast, met onbeweeglijke wateren, omdat het niet meer nodig zal zijn dat ze bewegen om leven te geven aan de vissen van de wateren, zoals de warmte niet meer nodig zal zijn voor de aarde om leven te geven aan de granen en de wezens. Ziedaar waarom je het firmament hebt gezien, ontdaan van zijn hemellichten, zonder vuren en zonder lichten. Licht en warmte zijn niet langer nodig voor de aarde, die voortaan een enorm kadaver is dat in zich de lijken draagt van allen die hebben geleefd, van Adam tot de laatste afstammeling van Adam.
De Dood, Mijn laatste dienstmaagd op Aarde, zal haar laatste opdracht vervullen en dan zal ook zij ophouden te bestaan. Er zal geen Dood meer zijn, maar alleen eeuwig Leven. In de gelukzaligheid of in de verschrikking. Leven in God of leven in Satan voor jullie ik, weer samengesteld uit ziel en lichaam.

Nu is het voldoende. Rust uit en denk aan Mij.”

zaterdag 9 september 2017

De Vaticaanse “Jeugdsynode" is een nieuwe dreiging voor geloof en gezin

Voice of the Family 23 augustus 2017

Eerder dit jaar publiceerde het Synodesecretariaat een voorbereidend document en een begeleidende vragenlijst voor de bisschoppen van de wereld in aanloop op de Synode van oktober 2018 over “Jongeren, geloof en onderscheiding van roeping”.

Het is nu voor alle objectieve waarnemers duidelijk dat de twee “gezinssynodes”, gehouden in 2015 en 2016, vanaf het eerste begin erop gericht waren te proberen veranderingen door te drukken in de katholieke leer rond huwelijk en gezin. Het proces bereikte zijn toppunt in de apostolische exhortation Amoris Laetitia, door paus Franciscus gepromulgeerd in april 2016 met daarin talrijke ketterse voorstellen. Het synodesecretariaat wordt nog steeds geleid door dezelfde mannen die leiding gaven aan de manipulatie van de synodes in 2015 en 2016. De voorzitter blijft paus Franciscus, de secretaris-generaal blijft Lorenzo kardinaal Baldisseri en de bijzonder secretaris blijft aartsbisschop Bruno Forte.  Na bespreking van het voorbereidend document, dat de agenda bepaalt voor de periode tot de Synode van oktober 2018, wil de Voice of the Family een tijdig waarschuwend geluid laten horen waarin we waarschuwen voor de plannen van het secretariaat voor de volgende synode. Wij weten uit ervaring dat de inhoud van het voorbereidende document van een synode en de antwoorden op de begeleidende vragenlijst een erg belangrijke invloed zullen hebben op de inhoud van het Instrumentum laboris en dus ook op de richting van de synodale debat-ten. Het is daarom van uiterst groot belang dat katholieken er zich nu op voorbereiden de schade zoveel mogelijk te beperken die veroorzaakt wordt door de pogingen van het secretariaat om de “Jeugdsynode” te gebruiken om opnieuw een aanslag te plegen op het katholieke geloof.

Het voorbereidende document bekijkt roepingen vanuit een werelds, naturalistisch perspectief

De Kerk heeft traditioneel de term “roeping” gebruikt om een geroepen zijn aan te geven tot de heilige wijdingen of tot het onderhouden van de evangelische raden in het religieuze leven. Over het huwelijk, wanneer het als sacrament verheven is tot de bovennatuurlijke orde, wordt ook vaak gesproken als over een roeping. Het geestelijk en tijdelijk welzijn van het gezin hangt af van al deze levensstaten, als ze beleefd worden naar Gods plan.

Het is daarom voor ons een onmiddellijke en evidente zorg dat het voorbereidend document voor de synode rond het thema “Jongeren, geloof en onderscheiding van roeping” nauwelijks spreekt over een van deze bovennatuurlijke roepingen. In plaats daarvan suggereert het document dat een roeping iets is dat een jongere zou kunnen kiezen om te doen. Naast de authentieke roepin-gen vinden we “beroepen” opgesomd, “vormen van sociaal en burgerlijk engagement”, “levensstijl”, “het beheren van tijd en geld”, “vrijwilligerswerk” en “dienst aan de behoeftigen of deelname aan het burgerlijke en politieke leven”.  (Inleiding en II.2). Nergens geeft het document het cruciale onderscheid aan tussen de authentieke roepingen en ander levenskeuzes. Wanneer “hu-welijk, gewijd dienstwerk, gewijd leven” in de inleiding samen opgesomd worden als levensstaten, wordt een “enz.” toegevoegd en zo gesuggereerd dat de lijst nog verder kan worden uitgebreid. Het is wellicht ook van betekenis dat het huwelijk als eerste wordt opgesomd, terwijl het een min-dere roeping is in vergelijking met het religieuze leven en de heilige wijdingen.

Alle authentieke roepingen zijn geordend op  de grotere eer van God en het heil van de zielen. Zij zijn gericht op de eenheid met God in dit leven en in alle eeuwigheid, de zalige aanschouwing in de hemel. Toch spreekt het document helemaal niet over roepingen in deze betekenis en vermeldt nauwelijks de sacramenten of het genadeleven. Terwijl het herhaaldelijk verwijst naar de “volheid van vreugde” en de “volheid van leven”, verzuimt het deze termen te definiëren in verband met de eenheid met God en het eeuwig leven. Daarbij geeft het voortdurend te indruk dat het deze begrippen in een louter natuurlijke betekenis verstaat. Inderdaad stelt het document “onderscheiding van roeping” voor als “een zaak van hoe iemand niet de mogelijkheden tot zelfrealisatie mag verknoeien”. (II.2) We vinden slechts één verwijzing naar “geestelijk leven in de toekomst”, en dat is een citaat van een vijfde-eeuwse Syrische bisschop, Philoxenus van Mabbug, die de definities van het Concilie van Chalcedon schijnt te hebben verworpen. Zelfs hier kan het secretariaat het eeuwig leven niet voorstellen als een doel in zichzelf, maar moet het verteerbaar maken voor moderne oren door te benadrukken dat het gaat om het openen van een “persoon naar de volle uitoefening van de vrijheid”. (II. Intro). We lezen dat in een uiterst verontrustende passage:
“De Kerk kan of wil hen (de jongeren) niet overlaten aan de afzondering en de uitsluiting waaraan de wereld hen bloot stelt. Dat jongeren in hun leven goede ervaringen mogen hebben; dat zij zichzelf niet verliezen in geweld of dood; en dat teleurstelling hen niet gevangen houdt en vervreemdt, dat alles is een grote zorg voor hen die het leven hebben ontvangen, die gedoopt zijn in het geloof en er zich van bewust zijn dat dit grote gaven zijn.” (II. Intro)

De nadruk hier ligt op het feit dat de levens van jongeren een “goede ervaring” zijn en op hun verlossing van tijdelijk kwaad. Er is geen aanwijzing, hier of in de rest van het document, voor de werkelijkheid van geestelijke gevaren of van eeuwige verdoemenis of dat de eerste zending van de Kerk de meerdere eer van God en het heil van de zielen is. Het secretariaat lijkt vast besloten alles tot louter natuurlijke doeleinden te reduceren. “Missionaire ervaringen” gaan niet langer over de verspreiding van het evangelie maar eerder over “onzelfzuchtige dienst en vruchtbare uitwisseling”. ( III.3) “De herontdekking van de bedevaarten” wordt beroofd van de bovennatuurlijke betekenis en slechts weergegeven “als een vorm en wijze om verder te gaan op je levenstocht” (III.3). De aanwezigheid van niet-gelovigen is geen aansporing tot evangelisatie maar alleen een gelegenheid “voor toegenomen mogelijkheden tot vruchtbare dialoog en wederzijdse verrijking” en “tot beter luisteren, respect en dialoog”. (I.1)

Het synodesecretariaat heeft geen aandacht besteed aan de opdracht van Christus: “maar gij moet uitgaan en alle volkeren tot mijn leerlingen maken, en hen dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en leert hen al de geboden te onderhouden die Ik u gegeven heb” (Mt. 28, 18-20). Het is onmogelijk weet te hebben van het doel van authentieke roepingen zonder een begrip van de “grote opdracht” van onze Heer.

Het document schiet tekort in het presenteren van veel van de serieuze problemen waar jongeren tegenwoordig mee te maken hebben

De overgrote meerderheid van de jeugd in het Westen staan vanaf jonge leeftijd bloot aan een cultuur die hen probeert te indoctrineren met een seksualiteit die tegen de natuurwet ingaat en tegen de waarheden over de menselijke natuur die door God zijn geopenbaard aan de katholieke Kerk. Dit is een ernstige dreiging voor de fysieke, psychologische, intellectuele en spirituele ontwikkeling van de jonge mensen die in ruime mate worden aangemoedigd zich in te laten met voor-huwelijkse seksuele activiteit, voorbehoedsmiddelen te gebruiken, zijn toevlucht te nemen tot abortus, open te staan voor en inderdaad te experimenteren met immorele vormen van seksuali-teit zoals homoseksuele handelingen. Door een veelheid van media worden jonge mensen voortdurende bestookt met onzedige seksafbeeldingen, met pornografie en met een voortdurend neerhalen van het authentiek verstaan van menselijke seksualiteit. De “genderideologie” wordt op agressieve manier opgelegd door regeringen en machtige lobbygroepen en veel jonge mensen zijn in toenemende mate bezorgd over het feit of zij in de toekomst nog wel in staat zullen zijn het ka-tholieke geloof vrij te beleven en te leven volgens de natuurlijke rede. En vooral brengen deze slechte invloeden het eeuwig heil van hun zielen in gevaar. Het Synodesecretariaat lijkt in deze problemen niet geïnteresseerd. Zij zijn bezorgd over die problemen die al door de seculiere wereld zijn erkend. Dat zijn onderwerpen als “werkeloosheid”, “toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt”, het “milieu” en het “multiculturalisme. (I.1, I.2). Dit is, naar onze mening, een serieus ontlopen van de verantwoordelijkheid door het Synodesecretariaat die een verantwoordelijkheid draagt voor het eeuwig welzijn van de zielen. Het doet vermoeden dat het secretariaat meer erop uit is de wereld te behagen dan veel van de zeer ernstige problemen aan te pakken waarmee de jeugd word geconfronteerd.

Het voorbereidend document ondergraaft het wettige leergezag van de Kerk

Het document stelt:
“Door te luisteren naar jonge mensen zal de Kerk opnieuw de Heer horen spreken in de wereld van vandaag.” (Intro)
Deze stelling is onjuist op een aantal niveaus:

* Het impliceert dat de Kerk momenteel de Heer niet hoort. Dit is in strijd met de belofte van de Heer zelf als Hij zegt: “Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de wereld” (Mt. 28, 20). De Kerk zal nooit ophouden het ware geloof te leren ondanks de menselijke tekortkomingen van haar leden.
* De stelling houdt verder in dat “jonge mensen” de Kerk zouden moeten leiden. De waarheid is uiteraard precies het omgekeerde. Het zijn juist “de jonge mensen” naast alle anderen die de leiding van de Kerk nodig hebben.
* De stelling lijkt ook in te houden dat de leer van de Kerk tot nu toe niet geschikt is voor de “moderne wereld”. Daarentegen is het evangelie “eens en voor al gegeven aan de heiligen” (Jud. 1, 3) en is volmaakt geschikt voor alle plaatsen en alle tijden, omdat het het woord van God zelf is.

Het document toont eenzelfde soort foutieve benadering als het stelt:
“Zoals in de dagen van Samuël (vgl. 1 Sam. 3, 1-21) en Jeremia (vgl. Jer. 1, 4-10) weten jonge mensen hoe ze de tekenen van onze tijd moeten onderscheiden, die aangegeven worden door de Geest. Als ze luistert naar hun ambities, dan kan de Kerk een glimp opvangen van de wereld die voor ons ligt en de wegen die de Kerk geroepen is te gaan.” (Intro)
Deze bewering is absurd. “Jonge mensen” hebben geen speciaal inzicht in de “tekenen van de tijd” of in “de wereld die voor ons ligt” en zijn zeker niet de meest gekwalificeerden om voor te schrijven welke “de wegen zijn die de Kerk geroepen is te gaan”. In feite associëren de Heilige Schrift, de Traditie van de Kerk en de collectieve wijsheid van de mensheid wijsheid met ouderdom en roe-pen op tot eerbied voor de ouderen. “Sta op van uw zetel in eerbied voor de grijze haren; eer de ouderen, als gij God vreest, de Heer uw God” (Lev. 19, 32), zegt het boek Leviticus en de H. Petrus bevestigt “gij, die jong zijt, onderwerpt u aan de oudsten” (1 Petr. 5, 5). De H. Thomas van Aquino legt uit dat de grotere ervaring van de ouderen betekent dat zij in het algemeen meer gevorderd zijn in de deugd van voorzichtigheid, de hoogste van de natuurlijke deugden, dan de jongeren. (ST II:II q.47, a.15)
We moeten ook opmerken dat er geen “wereld” is die “voor ons ligt” en die fundamenteel verschilt van de wereld waarin wij leven. Menselijke samenlevingen zijn inderdaad onderhevig aan voortdurende verandering, maar wij moeten benadrukken dat er geen verandering is van de na-tuurwet  noch van de wezenlijke inrichting of de leer van de katholieke Kerk totdat de Heer in glorie wederkomt. De benadering van het synodesecretariaat doet denken aan de theorieën over de evolutie van de Kerk en de samenleving die we al besproken hebben in de analyse in Voice of the Family van het slotrapport van de synode van 2015.

Grotendeels schildert het document de “jeugd” als één homogene groep (gedefinieerd als mensen tussen de 16 en 29 jaar). We horen meer dan eens dat de karakterisering van de jeugd van het sy-nodesecretariaat gebaseerd is op “studies” maar de auteurs hebben nagelaten verwijzingen te geven die hun beweringen ondersteunen. De mening van de “jeugd” zoals hier weergegeven lijkt eerder de mening te zijn van clerici die nog de mentaliteit van de jaren zestig achter zich moeten laten. De jeugd in de verbeelding van het secretariaat is uit op verandering in de maatschappij en in de Kerk. Zij “zouden een Kerk willen die dichter bij de mensen staat en meer aandacht heeft voor sociale vraagstukken maar zij realiseren zich dat dit niet onmiddellijk zal gebeuren” (I.2) en zij  “wil-len een actieve rol spelen in dit proces van verandering dat op dit moment plaats vindt”(I.1).  Het zijn deze jonge mensen die “alternatieven voorstellen en in praktijk brengen (sic) die laten zien hoe de wereld of de Kerk zou kunnen zijn.”(I.3)
Het grootste deel  van de behandeling van de jeugd in het document is even incorrect. Het benadrukt de verdeling tussen de generaties en vooronderstelt de uniciteit van de moderne jeugd:
“De huidige generatie van jonge mensen leven in een wereld die verschillend is van die van hun ouders en opvoeders. Economische en sociale veranderingen hebben het scala van verplichtingen en mogelijkheden beïnvloed. De aspiraties, de noden, de gevoelens en manier om een relatie met anderen aan te gaan, zijn eveneens veranderd.” (I.2)
Dergelijke beweringen houden geen rekening met de diepe  eenheid en gelijkheid van denken die dikwijls de overhand hebben tussen de generaties, met name in niet-westerse landen.

Wat ook het synodesecretariaat mag denken, het is de ervaring van de Voice of the Family, in ons werk op de vijf continenten, dat de belangrijkste noden en verlangens van de jonge mensen in fundamentele zaken dezelfde zijn als de van hun ouders en grootouders.

Het document heeft een negatieve kijk op de Traditie van de Kerk

Het voorbereidend document doet weinig pogingen zichzelf te presenteren als geworteld in de Traditie van de Kerk. Er is in het hele document geen enkele verwijzing naar een kerkvader, een kerkleraar of een heilige van de Kerk. Er zijn echter 20 verwijzingen naar documenten of toespraken van paus Franciscus. Er is één citaat van paus Benedictus maar geen verwijzing naar zij voorgangers. Er zijn twee verwijzingen naar Vaticanum II maar geen naar een ander oecumenisch concilie. De enige ander persoon die geciteerd wordt, is, zoals hierboven vermeld, de vijfde-eeuwse Syrische bisschop van zeer twijfelachtige orthodoxie. Inderdaad verbergt het document zijn minachting voor het verleden niet, als het stelt dat “het doel van ieder serieus pastoraal roepingspro-gramma” is “werkelijk vrije en verantwoordelijke keuzes, volledig vrij van praktijken uit het verleden”. (II.2) In een andere context wordt een gelijksoortig gevoelen uitgedrukt:  “de oude benaderingswijzen functioneren niet meer en de ervaring die door voorgaande generatie wordt doorgeven, wordt vlug ouderwets”. (I.3) Het document roept in feite de Kerk op om afstand te doen van haar leergezag:
“In de opdracht om de jongere generatie te begeleiden, aanvaardt de Kerk de oproep aan haar om liever in de vreugde van de jongeren samen te werken dan in de verleiding te komen hun geloof te beheersen.”(II.4)

In werkelijkheid is aan de kerkelijke hiërarchie een openbaring rechtstreeks van God toevertrouwd, die ongerept moet worden overgedragen aan de jeugd, die het recht heeft van de Kerk de volheid van het geloof te ontvangen.

Het document neemt een negatieve houding aan tegenover ouders en oudere mensen

Het synodesecretariaat is recordhouder in het ondermijnen van de wettige rechten en het gezag van ouders.  Zij volgen in dit document dezelfde benadering. In sectie I.2 wordt erkend dat de rol van “ouders en opvoeders cruciaal” is maar de rest van de sectie is gewijd aan kritiekpunten. “De oudere generaties”, zo wordt ons gezegd, “hebben dikwijls de neiging het potentieel van de jeugd te onderschatten” en “leggen de nadruk op hun zwakheden en hebben moeite de behoeften te begrijpen van hen die erg jong zijn”. Ouders hebben “dikwijls … geen helder idee van hoe ze jonge mensen moeten helpen zich op de toekomst te richten” en de “twee meest voorkomende reacties zijn de voorkeur om niets te zeggen en hun eigen keuzes op te leggen. Afwezige of te beschermende ouders zorgen dat hun kinderen slecht voorbereid zijn om het leven het hoofd te bieden en zorgen ervoor dat ze de neiging hebben de betrokken risico’s te onderschatten of verlamd zijn uit schrik fouten te maken.” Deze kritiekpunten kunnen natuurlijk in veel gevallen terecht zijn, maar gezien de vroegere afkeer van het secretariaat de rechten van ouders te ondersteunen, zou het verfrissend zijn geweest hier iets positiefs over ouders te horen in een tijd dat zij onder steeds grotere druk staan.

Het secretariaat is van mening dat “als de maatschappij of de christelijke gemeenschap iets nieuws willen laten gebeuren, zij de ruimte moeten geven aan nieuwe mensen om actie te ondernemen.” (I.3) Met ander woorden, oudere mensen worden aangemoedigd (of gedwongen?) hun posten te verlaten, zelfs in de Kerk, omdat ‘waar de leeftijd van hen die posten bekleden en verantwoordelijkheid dragen, hoog is” dit “het tempo vertraagt van de wisseling der generaties.” (I.3) Er bestaat geen groter verschil met de traditionele kijk op de ouderen dan hierboven geschetst. Er zijn duidelijke parallellen tussen deze houding en de houding die zo dikwijls ligt achter de groeiende steun voor euthanasie of “hulp bij zelfdoding”, namelijk dat de ouderen en de gebrekkigen dikwijls beschouwd worden, of zichzelf beschouwen als last voor hun familie en voor de aankomende generaties.

Het document benadrukt “ervaring” boven leerstellige vorming

In onze analyse van het Slotrapport van de gewone Synode van het gezin hebben we aangetoond hoe de benadering van het synodesecretariaat doortrokken was van de ketterij van het modernisme. In het bijzonder hebben wij de aandacht gevestigd op de nadruk op “ervaring” boven vast-houden aan de geopenbaarde waarheid. Wij hebben toen geschreven:

“Godsdienstige leerstellingen in het modernistische systeem zijn overdenkingen over een gevoel dat voortkomt uit het hart van de mens en niet op de eerste plaats waarheden die geleerd worden door een uitwendige organisatie zoals de Kerk. Zij zijn het resultaat van individuele overdenking van elke afzonderlijke man en vrouw, gevormd door hun unieke ervaring. Zoals ieder individu en iedere menselijke samenleving in de loop der tijd onderhevig is aan verandering, zo “moeten ook de formules die wij dogma’s noemen onderhevig zijn aan deze wisselvalligheden en zijn daarom vatbaar voor verandering.’ Daarom ‘kan het dogma niet alleen ontwikkeld en veranderd worden, maar moet dat ook gebeuren.’ (H. Pius X, Pascendi, 12).
“De modernist derhalve bevestigt het primaat van de gevoelvolle ervaring in religieuze zaken. Ervaring en niet instemming met een leer van buitenaf, is de bron van de religieuze doctrine.”

Diezelfde nadruk op “ervaring” kunnen we vinden in dit nieuwe document:

* Geloof wordt voorgesteld als “luisteren naar de Geest” met “al je krachten van geest en gevoel” en je engageren in een “dialoog met het Woord”. Verder wordt gesteld dat “deze uitdaging door iedere christelijke gemeenschap en iedere individuele gelovige moet worden aan-gegaan”. (II.1). Nergens wordt er de precieze definitie van het geloof gegeven: de instemming van het verstand met de waarheden die die door God aan zijn Kerk geopenbaard zijn.

* “Seminaries en vormingshuizen” hebben volgens het document “de taak de jonge mensen die antwoorden op Gods roeping, te voorzien van ervaringen, zoals een intens gemeenschapsleven dat hen op hun beurt in staat zal stellen anderen te begeleiden.” (III.3) Zij worden niet beschreven als plaatsen van leerstellige en geestelijke vorming.

* De vragenlijst vraagt bisschoppen: “op welke manier plant uw bisdom ervaringsmomenten ten behoeve van het pastoraal roepingenprogramma voor jonge mensen?” en ze vragen niet op welke manier  bisschoppen jonge mensen willen vormen in het katholieke geloof.

* De methode om een roeping te onderscheiden zoals die voorgesteld wordt in sectie III gaat uit van jonge mensen die beslissingen nemen wat betreft hun “roeping” (wat dat feitelijk ook mag betekenen in de context van dit document) grotendeels gebaseerd op hun subjectief emotionele ervaringen. Er is in de uiteenzetting van deze methode nauwelijks enige verwijzing naar een leerstellige inhoud betreffende het objectieve karakter van roepingen.

* Het wordt zo voorgesteld alsof de Kerk wil dat het leven van jonge mensen een “goede ervaring” is (PD, II. Intro) eerder dan dat het feitelijk goed is, dat wil zeggen gericht op het goede.
De goddelijke deugd van het geloof wordt foutief voorgesteld in de volgende gevallen:

* Geloof wordt beschreven met woorden van paus Franciscus als “iets dat ons leven een meerwaarde geeft”. (II.1) Dit is een ernstige verdraaiing van de waarheid. Geloof is niet alleen maar iets wat “een meerwaarde geeft aan ons leven”, maar het is vooral absoluut noodzakelijk voor ons eeuwig heil: “Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden” (Mc. 16, 16).

* Geloof wordt verder beschreven “als een bijdrage aan ‘een universele broederschap’ tussen mannen en vrouwen van onze tijd”. (II.1) Op die manier geeft het document aan het geloof een natuurlijk doel, “universele broederschap”, in plaats van zijn bovennatuurlijk doel aan te geven en dat is de eenheid met God.

Conclusies

De punten die hierboven uiteengezet zijn, bedoelen op geen enkele wijze een volledige analyse te zijn van het voorbereidende document. Zij zijn echter voldoende om aan te geven dat de “jeugdsynode” even destructief lijkt te worden voor de integriteit van het belijden van het katholieke geloof als de “gezinssynodes” die eraan vooraf zijn gegaan.

Dit document lijkt erop uit te zijn de weg te banen voor een synodaal proces dat “jonge mensen” naar voren wil schuiven als scheidsrechters van wat de Kerk moet doen en leren. Wij voorzien dat het synodesecretariaat verzoeken van “jonge mensen” zal presenteren om veranderingen in de katholieke leer en praktijk, die dan zullen worden gepresenteerd als bewijs dat de Kerk haar fun-damentele overtuigingen moet veranderen. De “jonge mensen” in kwestie kunnen natuurlijk tevo-ren uitgekozen zijn en gemanipuleerd om de vooraf bepaalde doelen te dienen.

Trouwe katholieken moeten zich voorbereiden op de onvermijdelijke escalatie van deze nieuwe aanval op de Kerk waarin haar eigen jeugd die slechte catechese heeft gehad en slecht gevormd is, tegen haar zal worden gebruikt. Zij die de machtsmechanismes in het Vaticaan beheersen, hebben ruimschoots het bewijs geleverd hoe ver zij gaan om hun eigen verdraaide en misvormde “evange-lie” te verspreiden, in plaats van het ware evangelie, dat eens en voor al geopenbaard is door onze Heer Jezus Christus.

Laat ons de voorspraak blijven inroepen van Onze Lieve Vrouw dat de Kerk bevrijd mag worden van haar huidige beproevingen en dat de overwinning van haar Onbevlekt Hart dichterbij mag komen.

Machtige Maagd, bid voor ons!

Matthew McCusker
Voice of the Family
23 augustus 2017

zaterdag 2 september 2017

Een procedure om dwalingen van een paus vast te stellen

Artikel in in Catholic Herald van 18 augustus 2017

Een vooraanstaande theoloog heeft voorgesteld het kerkelijk recht te hervormen waardoor het mogelijk wordt de leerstellige dwalingen van een paus vast te stellen. Pater Aidan Nichols, een pro-life auteur die hoogleraar was in Oxford en Cambridge en ook aan het Angelicum in Rome, heeft gezegd dat de exhortatie Amoris Laetitia van paus Franciscus tot een “uiterst ernstige” situatie heeft geleid. Pater Nichols opperde dat de Kerk, gegeven de beweringen van de paus rond onderwerpen die huwelijk en zedenwet betreffen, wel eens een procedure zou kunnen gebruiken “die een paus die dwalingen leert, tot de orde kan roepen”. De dominicaanse theoloog zei dat deze procedure misschien minder “conlictueus” zou zijn als ze plaats zou vinden tijdens een toekomstig pontificaat zoals paus Honorius pas vanwege dwaling werd veroordeeld toen hij niet meer zetelde op de stoel van Petrus.

Pater Nichols zei dit op de jaarlijkse conferentie in Cuddesdon van een oecumenische club, het Genootschap van St. Alban en St. Sergius, tegenover een grotendeels niet katholiek gehoor. Hij zei dat het gerechtelijk proces “pausen zou afhouden van de neiging tot leerstellige eigenzinnigheid of simpele onachtzaamheid” en antwoord zou geven op “een zekere oecumenische bezorgdheid” van anglicanen, orthodoxen en anderen die bang zijn dat de paus carte blanche heeft om welke leer dan ook op te leggen. “Inderdaad kan het zijn, dat de huidige crisis van het Romeinse leergezag door de voorzienigheid bedoeld is om de aandacht te vestigen op de grenzen van het primaat in dit opzicht.”

Pater Nichols heeft meer dan 40 boeken geschreven over filosofie, theologie, apologetiek en criticisme. In 2006 werd hij aan de Universiteit van Oxford benoemd tot eerste docent in katholieke theologie sinds de reformatie.  Hij heeft tot nu toe geen publiek commentaar geleverd op Amoris Laetitia maar hij was wel ondertekenaar van een uitgelekte brief van 45 priesters en theologen aan het College van Kardinalen. Die brief vroeg de kardinalen om aan de paus een verheldering te vragen om ketterse en dwalende interpretaties van de exhortatie uit te sluiten.

In zijn verhandeling vermeldt pater Nichols enkele van dezelfde bekommernissen als de brief: hij merkt bij voorbeeld op dat Amoris Laetitia zou kunnen inhouden dat het kloosterleven geen hogere levensstaat is dan het huwelijk – een opvatting die als ketters veroordeeld is door het Concilie van Trente.

Men heeft de exhortatie ook uitgelegd als zou het mogelijk zijn dat gescheiden en hertrouwde personen de communie kunnen ontvangen zonder dat zij proberen “als broer en zus” te leven. Dit is tegen de permanente leer van de Kerk, opnieuw bevestigd door de pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Pater Nichols zei dat deze interpretatie, die paus Franciscus naar verluidt heeft goedgekeurd, in de Kerk “een levensstaat zou invoeren die vroeger ongehoord was. Ronduit gezegd is deze levensstaat een vorm van getolereerd concubinaat.”

Maar pater Nichols stelde dat de manier waarop Amoris Laetitia argumenten aanvoerde ten gunste van een “getolereerd concubinaat” (zonder deze zin te gebruiken) mogelijk nog gevaarlijker was. Hij citeerde de beschrijving door de exhortatie van een geweten dat “erkent dat een bepaalde situatie objectief niet overeenkomt met de eisen van het evangelie” maar dat “met een bepaalde morele zekerheid” ziet …. wat op dit moment het meest edelmoedige antwoord is”. Pater Nichols stelde dat het was alsof men zei “dat daden, die veroordeeld worden door de wet van Christus, soms toch moreel juist zijn of zelfs inderdaad door God gewenst.”

Dit zou in tegenspraak zijn met de leer van de Kerk dat sommige handelingen altijd moreel slecht zijn, zei pater Nichols. Hij richtte tevens de aandacht op de stelling – vermoedelijk verwijzend naar pogingen om in onthouding te leven – dat iemand “heel goed de regel kent ….. in een concrete situatie is die hem of haar niet toestaat anders te handelen en dat hij toch beslist anders te handelen zonder dat dit zonde is”. Pater Nichols constateerde dat het Concilie van Trente plechtig de opvatting heeft veroordeeld dat “het onmogelijk zou zijn de geboden van God te onderhouden zelfs voor iemand die gerechtvaardigd is en in staat van genade.” Amoris Laetitia lijkt te zeggen dat dit niet altijd mogelijk is en dat het zelfs niet altijd raadzaam is de morele wet te volgen.

Als dergelijke algemene stellingen over morele handelingen juist zouden zijn, zei pater Nichols, “dan blijft geen enkel terrein van de christelijke moraal gevrijwaard.”.

Hij zei dat men het liefste wil denken dat de paus alleen maar “onachtzaam” is geweest in zijn taalgebruik, eerder dan dat hij actief dwaling wilde leren. Maar dit lijkt twijfelachtig, gezien de meldingen dat de Congregatie voor de Geloofsleer correcties op Amoris Laetitia heeft voorgesteld, die in de wind geslagen zijn.

Kardinaal Raymond Burke heeft publiek gesproken over een formele correctie van de paus. Echter pater Nichols zegt dat noch de Westerse noch de Oosterse Wetboeken van Kerkelijk Recht een procedure bevatten  “voor een onderzoek in de zaak van een paus van wie men meent dat hij leerstellige dwaling heeft verkondigd, en noch minder is er een voorziening voor een rechtszaak.” Pater Nichols constateert dat de traditie van het kerkelijk recht is dat “dat de eerste zetel door niemand wordt geoordeeld”. Maar hij zegt dat het eerste Vaticaans Concilie de leer van de pauselijke onfeilbaarheid heeft beperkt, zodat “het niet de opvatting van de katholieke Kerk is dat een paus niet in staat zou zijn het volk op de verkeerde weg te leiden door foutieve onderrichting als  publieke leraar. Hij moge de hoogte beroepsrechter van de christenheid zijn ….. maar dat maakt hem niet immuun voor het bedrijven van leerstellige blunders.  Verrassenderwijs of misschien ook niet, gegeven de verering die heerste rond de figuren van de pausen sinds het pontificaat van Pius IX, lijkt dit feit onbekend aan velen die toch beter zouden moeten weten.” Uitgaande van de grenzen van de pauselijke onfeilbaarheid zou het kerkelijk recht misschien kunnen voorzien in een formele procedure om te onderzoeken of een paus een dwaling heeft geleerd.

Pater Nichols zei dat bisschoppenconferenties aarzelen paus Franciscus te steunen, waarschijnlijk omdat zij onder elkaar verdeeld waren; maar hij zei dat het “programma van de paus niet zo ver gekomen zou zijn als niet theologisch liberale personen in het tamelijk recente verleden waren benoemd op hoge posities zowel in het wereldepiscopaat als de rangen van de Romeinse curie.”

Pater Nichols zei dat er “een gevaar was van een mogelijk schisma”, maar dat het niet waarschijnlijk en niet even dreigend als “de verspreiding van een morele ketterij”. De opvattingen die klaarblijkelijk in de Amoris Laetitia te vinden zijn, zouden, als het niet gecorrigeerd wordt, “in toenemende mate worden beschouwd als op zijn minst een theologisch aanvaardbare mening. En dat zal een schade toebrengen die niet gemakkelijk hersteld kan worden.
Hij besloot met de constatering dat de wet van de Kerk zal verder leven door hen die “de wet beleven in trouwe liefde”.

Vertaling C. Mennen pr


vrijdag 4 augustus 2017

De drie musketiers aan het hof van paus Franciscus

Vertaling pastoor Mennen

Paus Franciscus heeft trouwe aanhangers rond zich heen verzameld. Zij zeggen soms in zijn naam de dingen die hij niet hardop durft te zeggen omdat ze als ketterij gezien zouden kunnen worden. Sandro Magister voert drie van hen ten tonele naar aanleiding van een aanval op de behoudende katholieken en protestanten in Amerika, waarin de mening van paus verwoorden maar als goede volgelingen ook zijn stijl laten zien.

door Sandro Magister

De klassieken communistische partijen hadden hun “organische intellectuelen” (intellectuelen in dienst van een speciale groep). Maar paus Franciscus heeft ze ook. Hun namen zijn Antonio Spadaro, Marcelo Figueroa en Victor Manuel Fernández.

De eerste is Italiaan en jezuïet, hoofdredacteur van “La Civiltà Cattolica”. De andere twee zijn Argentijnen en de laatste is zelfs niet katholiek maar een presbyteriaanse dominee, en ondanks dat heeft paus Franciscus hem aan het hoofd geplaatst van de Argentijnse editie van de “Oservatore Romano”.

Spadaro heeft “La Civiltà Cattolica” veranderd in het orgaan van Santa Marta, te weten van de paus. En samen met Figueroa zette hij zijn naam onder een artikel in de jongste uitgave van het tijdschrift dat in Amerika insloeg als een bom, omdat het artikel de conservatieve katholieke en protestantse kringen ervan beschuldigde in dat land bezig te zijn “met een logica die niet verschilt van wat het islamitische fundamentalisme inspireert”, niet minder dan van Osama bin Laden en het Kalifaat. En waarop hebben deze katholieken en protestanten, volgens hen, elkaar gevonden in hun gevecht als “neo-kruisvaarders”? Op onderwerpen als abortus, gelijkgeslachtelijk huwelijk, godsdienstige opvoeding op de scholen”, met andere woorden op “een bijzondere vorm van de verdediging van de vrijheid van godsdienst”. Met als resultaat – volgens de twee auteurs van het artikel – het aanwakkeren van een “oecumene van de haat” en een heimwee naar “een staat met theocratische trekken”. Het precieze tegendeel van de oecumene van Jorge Mario Bergoglio, een paus van “inclusie, vrede en ontmoeting”. Het probleem is dat de verdediging van het leven, van het gezin, van vrijheid van godsdienst gedurende meer dan een decennium vooraan op de agenda van de katholieke Kerk van Amerika hebben gestaan. Het is daarom vanzelfsprekend dat zij reageerde toen zij zag dat “gelovigen werden aangevallen door hun medegelovigen alleen omdat zij vochten voor wat hun kerken altijd voor waar hadden gehouden”.

Het protest op het hoogste niveau kwam van de aartsbisschop van Philadelphia, Charles Chaput. Hij verwierp het artikel van Spadaro en Figueroa als een “oefening in versimpeling en als onder de maat”. Maar andere commentaren waren veel scherper en hadden geen enkele moeite om een reeks kolossale historische en logische blunders in het artikel aan te wijzen.

Ieder ander tijdschrift zou een dergelijk artikel eruit gegooid hebben, schreef de Canadees Raymond J. de Souza bij voorbeeld in “Crux”, de belangrijkste en evenwichtigste website met katholieke informatie in de Verenigde Staten. Maar in Santa Marta, aan het bureau van Franciscus, liep het zo niet af en integendeel slaagde het artikel van Spadaro en Figueroa daar met de hoogste cijfers en baarde nog meer opzien doordat het correct werd geïnterpreteerd door iedereen als de uitdrukking niet alleen van de gedachten van de paus maar ook van zijn bestuursstijl:  in dit geval een aanval van ongekend kracht op “Ratzingeriaanse” leiding van de katholieke Kerk in de Verenigde Staten, maar dfan uitgevoerd door tussenpersonen.

In het leerstellige kamp is pater Spadaro tamelijk nonchalant met zijn theorie dat 2 + 2 5 kan zijn, maar hij is onfeilbaar in het voorspellen van Bergoglio’s grote en kleine revoluties. Maar onder de raadgevers en vertrouwelingen is er een die nog dichter bij de paus staat dan hij. En dat is niemand anders dan de Argentijn Victor Manuel Fernández, een theoloog wiens eerste en onthullende werk in 1995 een band was met de titel: “Genees mij met je mond. De kunst van het kussen”.

Het kwam niet als een verrassing dat na zijn debuut en na zijn andere niet minder discutabele schrijfsels Rome de benoeming van Fernández tot rector van de Universdad Católica Argentina wilde verhinderen. Zij zijn uiteindelijk alleen door de knieën gegaan, in 2009, voor de toenmalige aartsbisschop van Buenos Aires, die keihard vocht om een machtiging te krijgen voor de bevordering van zijn protegé.

In 2013, meteen nadat hij paus gekozen was, maakte Bergoglio Fernández zelfs aartsbisschop. En vanaf die tijd brengt dit personage meer tijd in Rome door dan in Argentinië, druk als hij is met op te treden als raadgever en ghostwriter van zijn vriend, de paus. Hele paragrafen van hoofdstuk acht van “Amoris Laetitia”,  het document van paus Franciscus dat Kerk het meest heeft geschokt, zijn op grote schaal, naar het blijkt, gekopieerd uit artikelen van Fernández van een tiental jaren geleden.

Waar staat paus Franciscus werkelijk als het gaat over contraceptie?

Vertaling pastoor Mennen

Onderstaand artikel is al verschenen in Voice of the Family op 1 februari 2017. Het overzicht geeft een goed beeld van waar de paus staat op een belangrijk punt van de katholieke leer.

Wat er gebeurde rond het aftreden van de Grootmeester van de Soevereine Orde van Malta en de benoeming van een “pauselijke delegaat” om te helpen bij de “vernieuwing” van de orde roept opnieuw vragen op over de mate waarin paus Franciscus instemt met de leer van de katholieke Kerk rond vragen van de seksuele moraal. In dit artikel willen we in het licht van recente gebeurtenissen terugkomen op vroegere zorgen betreffende de positie van paus Franciscus ten aanzien van contraceptie.

In het centrum van de crisis in de Orde van Malta staat de verdeling van voorbehoedsmiddelen en abortus veroorzakende medicijnen gedurende een aantal jaren door Malteser International (MI), de humanitaire tak van de orde. Edward Pentin heeft ons details van MI programma’s  verschaft in zijn uitgebreid artikel over dit onderwerp. Een onderzoek van het Lepanto Instatute zorgde voor verdere informatie over het werk van MI die wereldwijd condooms en abortus veroorzakende medicijnen bevorderde. Onder hun bevindingen springen de volgende feiten in het oog:

* MI deelde 52.190 condooms uit in Burma (Myanmar) in 2005 en 59.675 in 2006.
* Een rapport van de Wereld Gezondheids Organisatie uit 2006, getiteld Reproductive Health Stakeholder Analysis in Myanmar 2006 spreekt over “gezinsplanning” onder de “terreinen van deskundigheid” van MI, “contraceptie” onder zijn “activiteiten” en “geboortenspreiding” onder de plannen voor de toekomst. Het rapport onthult ook dat MI orale voorbehoedsmiddelen heeft verschaft aan 2500 vrouwen in één Burmese buurtschap.
* In 2007 ontving MI een tegemoetkoming van $ 1.7 miljoen van het Three Disease Fund voor wie zij 300.000 condooms uitdeelden in Burma.
* In 2012 werd MI een partner van Save the Children om een gezamenlijk project uit te voeren, waarvoor zij $ 2.1 miljoen ontvingen van het Global Fund om nog meer condooms in Burman te verspreiden in de periode van 2013-2016.

Malteser International werd gedurende deze periode geleid door Albrecht baron von Boeselager. Een intern onderzoek door de Orde van Malta kwam tot de bevinding dat von Boeselager uiteindelijk verantwoordelijk was voor de programma’s die het uitdelen van condooms en van abortus veroorzakende medicijnen met zich mee brachten. Zijn rol bij MI was een van de belangrijkste oorzaken die resulteerden in zijn ontslag als Groot Kanselier door de Grootmeester, Fra Matthew Festing op 6 december 2016 nadat hij twee keer had geweigerd zelf ontslag te nemen. Von Boeselager ging in beroep bij het Vaticaan. Er werd een commissie benoemd om zijn ontslag te onderzoeken. Edward Pentin heeft uitgebreide en verontrustende informatie naar voren gebracht rond de samenstelling van deze commissie, die voor het grootste gedeelte lijkt te hebben bestaan uit vriendjes en bondgenoten  van von Boeselager. De Soevereine Orde van Malta, die een soevereinde grootheid is, weigerde de wettigheid te aanvaarden van deze inmenging in hun interne aangelegenheden.

Op 24 januari 2017 werd Fra Matthew Festing door paus Franciscus gevraagd terug te treden en hij willigde het verzoek in. Daags erna verklaarde Pietro kardinaal Parolin, de Vaticaanse staatssecretaris dat de paus alle handelingen van Fra Festing sinds 6 december ongeldig verklaarde en daarmee verklaarde hij het ontslag van von Boeselager ongeldig. Het terugtreden van Fra Festing werd aanvaard door de Soevereine Raad van de Orde van Malta op 28 januari en er werd aangekondigd dat von Boeselager hersteld was in de positie Groot Kanselier van de Orde.
Kortom paus Franciscus heeft een man in zijn ambt hersteld die uiteindelijk verantwoordelijk was voor het uitdelen van condooms en abortus veroorzakende medicijnen, terwijl hij een man uit zijn ambt verwijderde die ervoor probeerde te zorgen dat de Orde van Malta trouw bleef aan de katholieke leer. In het licht hiervan en van het feit dat hij niet wil bevestigen dat hij de leer aanvaardt over het bestaan van in zich slechte daden, is het redelijk andere  bedenkingen bij het standpunt van Franciscus rond de morele geoorloofdheid van voorbehoedmiddelen de revue te laten passeren.. De lijst hieronder vestigt de aandacht van de lezer op belangrijke voorvallen die wij geconstateerd hebben; het is niet de bedoeling volledig te zijn.

5 maart 2014
Paus Franciscus werd geïnterviewd  door de Corriere della Sera. Hij werd gevraagd: “Kan de Kerk een halve eeuw na de encycliek Humanae Vitae van Paulus VI het thema van de geboorteregeling opnieuw oppakken? Kardinaal Martini, uw confrater, dacht dat dit moment was gekomen.” In zijn antwoord benadrukte paus Franciscus dat “Paulus VI zelf uiteindelijk de biechtvaders aanraadde meer barmhartigheid te tonen en aandacht voor concrete situaties”. De paus stelde ook “dat het geen kwestie is van het veranderen van de leer maar van dieper gaan en het pastoraal (dienstwerk) rekening laten houden met de omstandigheden en met wat het voor mensen kan doen. Ook hierover zullen we spreken op de weg van de synode.” De totale implicatie van deze woorden zullen duidelijker worden tijdens het twee jaar durende synodeproces.

13 oktober 2014
De heterodoxe (ketterse) relatio post disceptationem (tussenrapport) van de buitengewone Synode wordt gepubliceerd na de persoonlijke goedkeuring van paus Franciscus. Dit document toont een dubbelzinnige benadering van contraceptie en een benadering van het geweten en de natuurwet op een wijze die onvermijdelijk de morele leer van de Kerk zal ondergraven. De afwisseling van orthodoxe (rechtzinnige) bevestigingen van de katholieke leer en dubbelzinnige en onjuiste uitspraken volgt in al de opeenvolgende synodedocumenten.

19 oktober 2014
Het slotdocument van de Buitengewone Synode volgt de benadering van de boven genoemde relatio. De behandeling van contraceptie en de natuurwet zijn meer gedetailleerd behandeld in de analyse van dit document van de Voice of the Family.

16 januari 2015
Paus Franciscus verwijst naar Humanae Vitae in een toespraak tot de gezinnen in de Filippijnen waarin hij de nadruk legde niet op de centrale leer van de encycliek maar op zijn bewering dat Paulus VI “erg barmhartig was ten aanzien van afzonderlijke gevallen, en dat hij de biechtvaders vroeg erg barmhartig te zijn en begripvol in afzonderlijke gevallen. Maar hij had ook een bredere visie: hij keek naar de volkeren op aarde en hij zag de dreiging dat de gezinnen zouden worden vernietigd voor een gebrek aan kinderen.” De implicatie van deze passage, speciaal in het licht van de commentaren van 19 januari (hieronder), is dat contraceptie gedoogd kan worden in afzonderlijke gevallen, dat de leer van de Kerk “een breder visie” is of een ideaal. Dit zou hetzelfde zijn als het “gradualisme” dat goedgekeurd wordt in de synodedocumenten en in Amoris Laetitia.

19 januari 2015
Paus Franciscus vertelt de journalisten tijdens een persconferentie op zijn terugvlucht uit Manila, dat de encycliek Humanae Vitae niet ging over “persoonlijke problemen”. In die persoonlijke problemen zei hij de biechtvaders barmhartig te zijn, de situatie te begrijpen en te vergeven, om te begrijpen en vergevend te zijn”. In de encycliek gaat het eerder om “het algemene neomalthusianisme dat in opmars was”. Zo framet hij Humanae Vitae niet als allereerst handelend over een algemeen bindende norm maar eerder als een politiek antwoord op een ideologische beweging. Tijdens dezelfde persconferentie kritiseerde hij een moeder die acht kinderen had via een keizersnede en klaagde haar aan dat ze schuldig was aan het op de proef stellen van God. Hij zei verder dat katholieken “verantwoord ouderschap” moeten praktiseren en niet moesten “fokken als konijnen”.

17 juni 2015
Paus Franciscus benoemd klimaatwetenschapper Hans Schellnhuber in de Pauselijke Academie voor Wetenschappen. Schellhuber gelooft dat er een “bevolkingsprobleem” is en hij heeft voorheen gezegd dat de “draagkracht van de planeet” ligt “onder de miljard mensen”. Schellnhubers stellingen zijn meer in detail geanalyseerd door de Voice of the Family in dit artikel.

18 juni 2015
Paus Franciscus promulgeert de encycliek Laudato Si waarin hij de theorie van de klimaatverandering en de milieuagenda onderschrijft. De encycliek verwijst niet direct naar contraceptie ondanks de nauwe verbinding tussen milieubeweging en bevolkingscontrolebeweging. Dat verband vindt een voorbeeld in de keuze van het Vaticaan voor Hans Schellnhuber en Carolyn Woo, de toenmalige voorzitter en CEO van Catholic Relief Services, een Amerikaanse organisatie die groepen heeft gesticht die abortus  en contraceptie  promoten, om het document op de dag van publicatie te presenteren.

23 juni 2015
Het instrumentum laboris van de gewone synode wordt gepubliceerd. Dit document, dat voor publicatie goedgekeurd is door paus Franciscus, ondergraaft op ernstige wijze de leer van de Kerk over contraceptie en haar morele leer in het algemeen. Dit wordt in detail uitgelegd in de analyse van het document in de Voice of the Family.

10 september 2015
65 academici doen een beroep op de vaders van de toekomstige Gewone Synode om de “de vervalsing van de katholieke leer die impliciet aanwezig is in paragraaf 137” van het Instrumentum Laboris af te wijzen. Zij schrijven: “Paragraaf 137 behandelt een fundamenteel document van het hedendaags Leergezag, Humanae Vitae, op een manier dat het de kracht van die leer in vraag stelt en een methode van morele onderscheiding voorstelt die beslist niet katholiek is. Deze benadering van onderscheiding is in tegenspraak met wat tot nu toe door het Magisterium van de Kerk over morele normen, over geweten en moreel oordeel is geleerd, door te suggereren dat een goed gevormd geweten in conflict kan komen met objectieve morele normen.”

24 oktober 2015
Het slotdocument van de Gewone Synode heeft nog steeds een ernstig problematische benadering van de morele wet, en van de contraceptie in het bijzonder.

30 november 2015
Paus Franciscus verklaart, in de context van een vraag over het gebruik van condooms om de overdracht van HIV te voorkomen, dat er een conflict zou kunnen zijn tussen het vijfde en het zesde gebod. Een Duitse journalist vroeg: “Is het geen tijd dat de Kerk haar positie in dezen wijzigt? Dat ze het gebruik van condooms toestaat om meer infecties te voorkomen? In zijn antwoord stelde paus Franciscus: “Ja, het is één van de methodes. De moraal van de Kerk wordt op dit punt in verlegenheid gebracht: het vijfde of het zesde gebod? Verdedig je het leven of seksuele relaties die open staan voor leven?” In feite kan er nooit een conflict zijn tussen de geboden van de dekaloog. Paus Franciscus  bedoelt verder dat de leer van de Kerk op dit punt geen prioriteit heeft: “De vraag doet me denken aan de vraag die ze eens aan Jezus stelden: “Zeg me, Meester, is het volgens de wet geoorloofd op sabbat iemand te genezen? Is het een verplichting om te genezen?”  Deze vraag “als je dit doet is het volgens wet” maar ondervoeding, de ontwikkeling van de persoon, slavenarbeid, het gebrek aan drinkwater, dat zijn de problemen. Laten we niet praten over of je dit of dat type verband moet gebruiken voor een kleine wond, de ernstige wond is de sociale ongerechtigheid, de milieu ongerechtigheid…. als allen genezen zijn, als deze ziekten, deze tragedies er niet meer zijn die mensen veroorzaken uit sociale onrechtvaardigheid of om meer geld te verdienen, ik denk aan de wapenhandel, als deze problemen er niet langer zijn, dan kunnen we, denk ik de vraag stellen “is het volgens de wet geoorloofd om op sabbat iemand te genezen?”

10 december 2015

Kardinaal Tucson suggereert dat de wereld overbevolkt zou kunnen raken en hij zegt dat “erover gesproken is, dat de heilige vader op zijn terugreis uit de Filippijnen de mensen heeft uitgenodigd tot een vorm van geboorteregeling, omdat de Kerk nooit tegen geboorteregeling is geweest en geboortespreiding en dat soort dingen.” Hij verklaarde later dat hij beter de term “verantwoord ouderschap” had kunnen gebruiken dan “geboorteregeling”.

18 februari 2016
Paus Franciscus lijkt te willen zeggen dat condooms “het minste van twee kwaden is” dat kan worden gebruikt om overdracht van het Zikavirus te voorkomen en doet opnieuw de foutieve bewering dat er een “conflict kan zijn tussen het vijfde en het zesde gebod” van de dekaloog. Hij lijkt daarmee te willen zeggen dat de kwestie van de contraceptie “een godsdienstig” probleem is eerder dan een “menselijk probleem”. Deze niet samenhangende  benadering van de morele wet werd al voorspeld door Voice of the Family in onze analyses van de synodedocumenten.

19 februari 2016
Het Vaticaanse persagentschap bevestigt dat paus Franciscus in zijn opmerkingen de vorige dag de bedoeling had het gebruik van condooms in bepaalde gevallen goed te keuren.

8 april 2016
De apostolische exhortatie Amoris Laetitia wordt gepromulgeerd. Dit document bouwt voor op de foutieve benadering in de synodedocumenten ten aanzien geweten en natuurwet en gaat verder met een foutieve benadering van de moraaltheologie, welke gradualisme, situatiemoraal en de fundamentele optie inhoudt.

1 september 2016
Paus Franciscus zegt dat hij “blij” is met het aannemen van de United Nations Sustainable Development Goals (SDGs),  waarin ook staat “algemene toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid”. Deze termen omvatten contraceptie en abortus door UN vertegenwoordigingen, nationale regeringen en internationale agentschappen. Aartsbisschop Mupendwatu van de Pauselijke Raad voor gezondheidswerkers had eerder gezegd tot de Wereldgezondheidsraad in Genève dat Heilige Stoel zonder voorbehoud de SDGs verwelkomde en dat Doel 3, voor de twee doelen die oproepen tot “universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid, de sleutel was om te  komen tot de andere doelen. De verzekering van de paus dat hij “blij” is met de doelen die zullen leiden tot het verder doden van ongeboren kinderen, dreigt de geloofwaardigheid te niet te doen van de sterke verklaringen die hij tijdens zijn pontificaat heeft gedaan tegen abortus.

19 september
Vier kardinalen schrijven naar de paus met de vraag een antwoord te geven op de vijf dubia die zij hebben over de leer van Amoris Laetitia. De dubia, die vragen oproepen betreffende de aard van het geweten en het bestaan van intrinsiek zedelijk kwaad, zijn van groot belang voor de leer van de Kerk over de contraceptie.

24 oktober 2016
Paus Franciscus prijst Bernard Häring, een moraaltheoloog en invloedrijk tegenstander van Humanae Vitae. Hij zei tegen 36ste Generale Congragatie (van de jezuïeten) dat Häring “de eerste was die begon te kijken naar een nieuwe manier om de moraaltheologie opnieuw te laten bloeien”, en  dat “in onze tijd de moraaltheologie een grote vooruitgang heeft gemaakt in zijn overwegingen en in zijn rijpheid”.

14 november 2016
De vier kardinalen maken de tekst van de dubia publiek nadat paus Franciscus hen te kennen geeft dat hij niet plan is een antwoord te geven. De beslissing van de paus om niet helder uiteen te zette wat de betekenis is van zijn eigen tekst, sterkt de algemene opvatting dat deze leer opzettelijk dubbelzinnig is en ten doel heeft het katholieke geloof te ondergraven.

De voorbeelden die we hierboven hebben opgesomd laten de mate zien waarin het pontificaat van paus Franciscus een wijd verspreide twijfel en verwarring heeft veroorzaakt betreffende de leer van de Kerk rond vragen betreffende de seksuele moraal, zoals contraceptie. In dit uur van grote crisis voor de Kerk moeten we ons met steeds groter vertrouwen wenden tot God in gebed en boete dat Hij spoedig zijn almacht toont en zijn Kerk verlossing brengt.

Echtbreuk

Uit: De Geschriften 1943, Maria Valtorta blz. 322. Uitg. St. Maria Valtorta

Jezus zegt:
“Tot jou, die ongehuwd bent, te spreken over dit onderwerp, kan je verbaasd doen staan, maar jij bent alleen maar 'spreekbuis' en daarom moet je je onderwerpen aan het overbrengen van alles. Wat Ik nu zeg, dient de anderen. Het is van nut om één en meerdere dwalingen te corrigeren, die steeds dieper zijn geworteld in deze wereld.
De wereld is verdeeld in twee grote categorieën. De eerste, die zeer groot is, is die zonder enige scrupule: noch menselijk, noch spiritueel. De tweede is die van de godvruchtigen, die echter weer wordt onderverdeeld in twee klassen: die van de rechtschapen godvruchtigen en de kleingeestige godvruchtige mensen. Ik spreek over de eerste grote categorie en over de tweede klasse van de tweede categorie.
Het huwelijk is niet door God verworpen, zozeer dat Ik het heb verheven tot een Sacrament. En hier spreek Ik zelfs niet over het huwelijk als Sacrament, maar over het huwelijk als echtverbintenis, zoals de Schepper haar heeft gemaakt toen Hij man en vrouw schiep, opdat ze zich zouden verenigen en één vlees zouden vormen (Gen. 2:18-25), dat, eenmaal verenigd, geen menselijke kracht kan noch mag scheiden.
Bij het zien van jullie hardheid van hart, een steeds grotere hardheid, heb Ik het voorschrift van Mozes (Deut. 24:1-14; Matth. 19:3-9; Mc.10:1-12) veranderd en vervangen door het Sacrament. Het doel van Mijn daad was een hulp te geven voor jullie ziel als echtgenoten tegen jullie dierlijke vleselijkheid, en een rem tegen het ongeoorloofde gemak waarmee jullie verstoten wat jullie eerst hebben gekozen, om over te gaan naar nieuwe, ongeoorloofde verbintenissen, met verlies van jullie ziel en de ziel van jullie kinderen.
Ieder die een door God geschapen Wet, om het wonder van de schepping voort te zetten, tot schande strekt, vergist zich ernstig – en in het algemeen zijn dat niet de meest kuisen maar de meest huichelachtigen, want de kuisen zien in de vereniging niets anders dan de heiligheid van het doel, terwijl de anderen denken aan de feitelijkheid van de daad – zoals degene die met schuldige lichtzinnigheid gelooft ongestraft voorbij te kunnen gaan aan Mijn verbod om over te gaan tot nieuwe liefdes zolang de eerste niet door de dood is ontbonden.
Echtbreker en vervloekt is die levende, die een verbintenis verbreekt die eerst gewild was, omwille van een gril van het vlees of uit morele onverdraagzaamheid tegenover hen die anders denken. Want als hij of zij zegt dat de echtgenoot voor hem of haar nu oorzaak van last en weerzin is, zeg Ik dat God aan de mens het vermogen tot nadenken en het intellect heeft gegeven, opdat hij het gebruike, en des te meer in zaken van zo groot belang als de vorming van een nieuwe familie; Ik zeg ook dat, als men een eerste keer verkeerd heeft gehandeld door lichtzinnigheid of uit berekening, men de consequenties moet dragen om geen groter ongeluk te scheppen, dat vooral neerkomt op de beste van de echtelieden en op de onschuldige kinderen, tot lijden gebracht meer dan het leven verdraagt, en tot oordelen van hen die Ik door voorschrift onbeoordeelbaar heb gemaakt: de vader en de moeder (Ex. 20:12; 21:17; Lev. 20:9; Deut. 5:16; Mt. 15:1-9; Mc. 7:6-13). Ik zeg tenslotte, dat de kracht van het Sacrament, als jullie echte Christenen zouden zijn en niet die bastaarden die jullie zijn, in jullie zou moeten werken, echtgenoten, om van jullie één enkele ziel te maken die zichzelf bemint in één vlees alleen, en niet twee wilde beesten die elkaar haten, gebonden aan eenzelfde keten.
Echtbreker en vervloekte is die levende, die met gemene huichelarij twee of meer echtelijke levens leidt, en weer binnenkomt bij de andere echtgenoot en bij de onschuldige kinderen met de koorts van de zonde in het bloed en de geur van de ondeugd op de liegende lippen.
Niets maakt het voor jullie geoorloofd echtbreker te zijn. Niets. Niet het verlaten zijn of de ziekte van de echtgenoot, en nog veel minder zijn of haar meer of minder hatelijke karakter. Meestal is het jullie wellust die jullie de metgezel of de metgezellin als hatelijk doet zien. Jullie willen het zo zien om voor jezelf je schandelijke handelwijze te rechtvaardigen, die jullie geweten jullie verwijt.
Ik heb gezegd – en ik verander Mijn woorden niet – dat niet alleen wie overspel pleegt een echtbreker is, maar wie het in zijn hart verlangt te plegen, want hij of zij kijkt met zinnelijke honger naar de vrouw of de man die niet de hunne is (Mt. 5:27-28)
Ik heb gezegd – en Ik verander Mijn woorden niet – dat diegene een echtbreker is die door zijn of haar manier van doen de ander in een positie brengt om op zijn of haar beurt echtbreker te zijn. Tweemaal overspelig, zullen zij de eigen verloren ziel moeten verantwoorden en die welke ze ertoe hebben gebracht verloren te gaan door hun onverschilligheid, nalatigheid, lompheid en ontrouw.
Op hen allen drukt de vloek van God, en gelooft niet dat dit een wijze van spreken is.

De wereld wordt één puinhoop, omdat op de eerste plaats de families zijn verwoest. De rivier van bloed, die jullie overstroomt, heeft zijn dijken afgebrokkeld door jullie individuele ondeugden, die meer of minder grote leiders hebben aangespoord – van de hoofden van staat tot de hoofden van dorpen – om dieven te zijn en machtswellustelingen, om geld te hebben en roem voor hun wellusten.
Kijkt naar de geschiedenis van de wereld: ze is vol voorbeelden. De wellust is, altijd in een drievoudige combinatie, de oorzaak van jullie ruïnes. Hele staten zijn vernietigd, naties uit de schoot van de Kerk gerukt, honderdjarige scheuringen zijn er geschapen tot ergernis en kwelling van rassen, door de vleselijke honger van de leiders.
En het is logisch dat het zo is. De wellust dooft het Licht in de geest en doodt de Genade. Zonder Genade en zonder Licht verschillen jullie niet van de wilde dieren en plegen daarom dierlijke daden.

Gaat je gang maar, als dat jullie bevalt. Maar onthoudt, verdorvenen, die de huizen en de harten van de kinderen ontwijden met jullie zondigen, dat Ik zie, onthoud en jullie verwacht. In de blik van jullie God, die de kinderen beminde en voor hen de familie heeft geschapen (Mc. 10:5-16), zullen jullie een Licht zien dat jullie niet zouden willen zien en dat jullie als door de bliksem zal treffen.”

zondag 30 juli 2017

De anatomie van een fiasco

Hieronder staat een uitvoerig commentaar op Amoris Laetitia van de Amerikaanse jurist, Christopher Ferrara dat in het tijdschrift "The Remnant" verschenen is. Met dank aan pastoor Mennen die dit vertaald heeft.

“Geen enkele voorkomende moeilijkheid, hoe groot ook, kan het rechtvaardigen dat Gods wet buiten werking wordt gesteld die alle handelingen verbiedt die in zich slecht zijn. Er zijn geen omstandigheden denkbaar waarin man en vrouw niet, vanuit de kracht van Gods genade, trouw hun plichten kunnen vervullen en hun ongerepte deugdzaamheid kunnen bewaren.”(Pius XII, Casti Connubii).

Zoals kardinaal Burke in een artikel dat in “National Catholic Register” verschenen is, heeft gezegd, blijkt Amoris Laetitia bij zorgvuldige lezing “een persoonlijk en dus geen magisterieel” document, “een persoonlijke beschouwing van de paus”, die “men niet mag verwarren met de verplichting in geloofsvragen waaraan men bij de uitoefening van het Leergezag gebonden is”. Dat is meer dan waar, maar misschien niet vanwege de redenen die de kardinaal noemt, zoals ik in de conclusie van dit artikel zal aangeven.

Maar dat lost nog niet het zwaarwegende probleem op dat door dit “Apostolisch Schrijven” van 56 bladzijden, dat tot nu toe zonder precedent is, wordt opgeworpen. De motivatie voor alles wat hier volgt ligt in het feit dat paus Franciscus Amoris Laetitia zo afgekondigd heeft, als ging het om  een authentieke en bindende act van het Magisterium en in het feit dat dit schrijven door zijn medewerkers en de kerkelijke progressieven overal in de wereld als zodanig beschouwd wordt. Daarom is Amoris Laetitia een verdere bouwsteen in de “The Great Façade”  van de pseudo-doctrines  in de vorm van niet bindende pastorale en disciplinaire vernieuwingen en nieuwe gedragswijzen en “benaderingen” die allemaal voor de eerste keer opdoken in die geweldige tijd, die als de “zestiger jaren” bekend staan. Daartoe horen de nieuwe liturgie, “oecumenisme”, “dialoog” en “interreligieuze dialoog”. De effecten van hun samengaan zijn ruïneus gebleken.

woensdag 26 juli 2017

Müller eruit - Maar de echte aanval is gericht tegen “Veritatis Splendor”

Kardinaal Müller, de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, is door paus Franciscus de laan uitgestuurd. De audiëntie waarin dat gebeurde, duurde, volgens de kardinaal zelf, slechts een minuut en was zonder opgaaf van redenen. Kardinaal Müller betwist niet het recht van de paus hem te ontslaan maar wel de de weinig humane manier waarop dat gebeurde. De paus zou zich toch ook aan de sociale leer van de Kerk dienen te houden. Kardinaal Müller is altijd loyaal geweest aan paus Franciscus maar hij heeft wel gezegd dat zelfs een paus de leer van de Kerk niet kan veranderen en dat Amoris Laetitia uitgelegd moet worden in de lijn van de traditionele leer en dat dus mensen die in publiek overspel leven niet zonder bekering de communie kunnen ontvangen. Dat is blijkbaar te veel. Degene die in de Kerk te taak heeft de leer te bewaken, moet volgens Franciscus zijn mond houden, zelfs als de leer in gevaar is. Het is bekend dat voor zover de Congregatie voor de Geloofsleer de tekst van de stukken van Franciscus tevoren te zien kreeg, de opmerkingen van de Congregatie door de paus werden genegeerd. Ik zei laatst tegen een collega: "de paus lijkt wel een linkse Zuid-Amerikaanse dictator". Deze antwoordde: "maar dat is hij ook. Hij heeft niet voor niets zoveel sympathie voor velen van hen". In dat dictatoriale optreden paste ook het plotselinge ontslag enige tijd geleden van enkele naaste medewerkers van kardinaal Müller. Toen deze vroeg: "Maar waarom, heilige vader?", antwoordde Franciscus: "Ik ben de paus, ik kan doen wat ik wil."

Sandro Magister ziet in het ontslag van kardinaal Müller een aanval op de leer zoals die verkondigd is door paus Johannes Paulus II in zijn magistrale encycliek Veritatis Splendor. Franciscus houdt niet van de katholieke moraal die volgens hem te weinig aansluit bij het "echte" leven. Hierin past ook de ontmanteling van de instituten voor het gezin (waar in de naam zelfs Johannes Paulus II is geschrapt) en het leven. In beide instituten worden dubieuze figuren benoemd zoals voorstanders van abortus en mensen die werken met menselijke stamcellen. 

Commentaar van Sandro Magister
5 juli 2017

Op zondag 2 juli, de dag zelf waarop paus Franciscus kardinaal Müller afzette als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, steeg vanuit alle katholieke kerken van de Romeinse ritus aan het begin van de Mis het volgende gebed op naar God. Dit gebed heet in het missaal het “collectagebed”:

“Deus, qui, per adoptionem gratiae, lucis nos esse filios voluisti, praesta, quaesumus, ut errorum non involvamur tenebris, sed in splendore veritatis semper maneamus conspicui. Per Dominum nostrum…”

In de officiële nieuwe Nederlandse vertaling:

“God, Gij hebt ons genadevol aangenomen en gewild dat wij kinderen van het licht zijn, wij bidden U: dat wij niet omgeven worden door de duisternis van de dwaling maar altijd stand houden in het schitterend licht van de waarheid. Door onze Heer…..”

Toeval - of Goddelijke voorzienigheid? – heeft ervoor gezorgd dat de afzetting van kardinaal Müller begeleid zou worden door de gezongen liturgische bede dat “het schitterend licht van de waarheid” de Kerk mag blijven verlichten.
“Het schitterend licht van de waarheid” is nu juist de titel van de belangrijkste leerstellige encycliek van Johannes Paulus II, gepubliceerd in 1993.

Het is een encycliek “over enkele fundamentele vragen betreffende de morele leer van de Kerk”: juist de vragen die nu terugkeren en opnieuw een voorwerp van conflict zijn waarbij grote en invloedrijke delen van de Kerk betogen dat het tijd is – met name na de publicatie van “Amoris Laetitia”- enkele van de leidende principes van “Veritatis Splendor” achter ons te laten. Het is voldoende te constateren dat niet minder dan vier van de vijf “dubia” die in september van het vorig jaar aan paus Franciscus zijn voorgelegd door de kardinalen Walter Brandmüller, Raymond L. Burke, Carlo Caffarra en Joachim Meisner juist betrekking hebben op de samenhang of het ontbreken ervan tussen “Amoris Laetitia” en “Veritatis Splendor”. En deze “dubia” zijn nog steeds open vragen, voor een deel vanwege de weigering van paus Franciscus om ze in overweging te nemen en de weigering om de vier kardinalen te ontmoeten.

Maar wat was de ontstaansgeschiedenis en het doel van “Veritatis Splendor”? Om deze vraag te beantwoorden hebben we een uitzonderlijke getuige: Joseph Ratzinger. Als Müllers voorganger aan het hoofd van de congregatie voor de Geloofsleer droeg hij op substantiële wij bij aan het schrijven van deze encycliek. Maar zelfs na zijn terugtreden als paus blijft hij “Veritatis Splendor” beschouwen als “van onveranderde betekenis” en een encycliek die men ook nu nog “moet bestuderen en zich eigen maken”.

In 2014 wijst Ratzinger in een weloverwogen hoofdstuk voor een boek ter ere van Johannes Paulus II geen ander dan “Veritatis Splendor” aan als de belangrijkste en meest relevante van de veertien encyclieken van deze paus. Een hoofdstuk dat verdient herlezen te worden in het licht van wat er nu in de Kerk aan het gebeuren is onder bewind van zijn opvolger Franciscus.

Hier volgt de passage die de emeritus-paus wijdde aan die encycliek:

*

Over “Veritatis Splendor”

De encycliek over morele problemen “Veritatis Splendor” had vele jaren nodig om te rijpen en zij blijft van ongewijzigde betekenis. De Constitutie van Vaticanum II over de Kerk in de wereld van vandaag wilde in tegenstelling met de tendens in de moraaltheologie toen om zich te focussen op de natuurwet, dat de katholieke moraalleereen bijbelse fundering zou krijgen  rond de figuur van Jezus en zijn boodschap. Met horten en stoten heeft men dat gedurende een korte periode geprobeerd. Dan vatte de mening post dat de Bijbel geen eigen morele boodschap heeft maar verwijst naar morele modellen die geldig zijn voor hun tijd en plaats. Moraliteit is een kwestie van de rede, zei men, niet van geloof.
Zo verdween enerzijds de moraliteit begrepen in termen van natuurwet, maar een christelijke opvatting van moraliteit kwam er niet voor inde plaats. En omdat noch een metafysische noch een christologische fundering voor de moraal kon worden geaccepteerd, nam men zijn toevlucht tot pragmatische oplossingen: een moraliteit vanuit het principe van het streven naar het grotere goed, waarin iets niet langer echt kwaad of echt goed is, maar alleen iets dat uit het oogpunt van doelmatigheid beter of slechter is. De grote opgave die Johannes Paulus zich stelde in deze encycliek was de herontdekking van een metafysische fundering in de antropologie, ook als een christelijke concretisering van het nieuwe mensbeeld in de Heilige Schrift. Het bestuderen en het zich eigen maken van deze encycliek blijft een grote en belangrijke plicht.

*

Als we zien wat er vandaag de dag in de katholieke Kerk gebeurt, zelfs op het hoogste niveau, dan zien we dat alle motiveringen voor de encycliek “Veritatis Splendor” opnieuw aanwezig zijn, met dezelfde zo niet grotere dramatische kracht. En zij maken meer dan ooit de bede relevant dat wij mogen blijven in “het schitterend licht van de waarheid” die vorige uit alle kerken opsteeg.

vertaling C. Mennen pr