woensdag 26 juli 2017

Müller eruit - Maar de echte aanval is gericht tegen “Veritatis Splendor”

Kardinaal Müller, de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, is door paus Franciscus de laan uitgestuurd. De audiëntie waarin dat gebeurde, duurde, volgens de kardinaal zelf, slechts een minuut en was zonder opgaaf van redenen. Kardinaal Müller betwist niet het recht van de paus hem te ontslaan maar wel de de weinig humane manier waarop dat gebeurde. De paus zou zich toch ook aan de sociale leer van de Kerk dienen te houden. Kardinaal Müller is altijd loyaal geweest aan paus Franciscus maar hij heeft wel gezegd dat zelfs een paus de leer van de Kerk niet kan veranderen en dat Amoris Laetitia uitgelegd moet worden in de lijn van de traditionele leer en dat dus mensen die in publiek overspel leven niet zonder bekering de communie kunnen ontvangen. Dat is blijkbaar te veel. Degene die in de Kerk te taak heeft de leer te bewaken, moet volgens Franciscus zijn mond houden, zelfs als de leer in gevaar is. Het is bekend dat voor zover de Congregatie voor de Geloofsleer de tekst van de stukken van Franciscus tevoren te zien kreeg, de opmerkingen van de Congregatie door de paus werden genegeerd. Ik zei laatst tegen een collega: "de paus lijkt wel een linkse Zuid-Amerikaanse dictator". Deze antwoordde: "maar dat is hij ook. Hij heeft niet voor niets zoveel sympathie voor velen van hen". In dat dictatoriale optreden paste ook het plotselinge ontslag enige tijd geleden van enkele naaste medewerkers van kardinaal Müller. Toen deze vroeg: "Maar waarom, heilige vader?", antwoordde Franciscus: "Ik ben de paus, ik kan doen wat ik wil."

Sandro Magister ziet in het ontslag van kardinaal Müller een aanval op de leer zoals die verkondigd is door paus Johannes Paulus II in zijn magistrale encycliek Veritatis Splendor. Franciscus houdt niet van de katholieke moraal die volgens hem te weinig aansluit bij het "echte" leven. Hierin past ook de ontmanteling van de instituten voor het gezin (waar in de naam zelfs Johannes Paulus II is geschrapt) en het leven. In beide instituten worden dubieuze figuren benoemd zoals voorstanders van abortus en mensen die werken met menselijke stamcellen. 

Commentaar van Sandro Magister
5 juli 2017

Op zondag 2 juli, de dag zelf waarop paus Franciscus kardinaal Müller afzette als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, steeg vanuit alle katholieke kerken van de Romeinse ritus aan het begin van de Mis het volgende gebed op naar God. Dit gebed heet in het missaal het “collectagebed”:

“Deus, qui, per adoptionem gratiae, lucis nos esse filios voluisti, praesta, quaesumus, ut errorum non involvamur tenebris, sed in splendore veritatis semper maneamus conspicui. Per Dominum nostrum…”

In de officiële nieuwe Nederlandse vertaling:

“God, Gij hebt ons genadevol aangenomen en gewild dat wij kinderen van het licht zijn, wij bidden U: dat wij niet omgeven worden door de duisternis van de dwaling maar altijd stand houden in het schitterend licht van de waarheid. Door onze Heer…..”

Toeval - of Goddelijke voorzienigheid? – heeft ervoor gezorgd dat de afzetting van kardinaal Müller begeleid zou worden door de gezongen liturgische bede dat “het schitterend licht van de waarheid” de Kerk mag blijven verlichten.
“Het schitterend licht van de waarheid” is nu juist de titel van de belangrijkste leerstellige encycliek van Johannes Paulus II, gepubliceerd in 1993.

Het is een encycliek “over enkele fundamentele vragen betreffende de morele leer van de Kerk”: juist de vragen die nu terugkeren en opnieuw een voorwerp van conflict zijn waarbij grote en invloedrijke delen van de Kerk betogen dat het tijd is – met name na de publicatie van “Amoris Laetitia”- enkele van de leidende principes van “Veritatis Splendor” achter ons te laten. Het is voldoende te constateren dat niet minder dan vier van de vijf “dubia” die in september van het vorig jaar aan paus Franciscus zijn voorgelegd door de kardinalen Walter Brandmüller, Raymond L. Burke, Carlo Caffarra en Joachim Meisner juist betrekking hebben op de samenhang of het ontbreken ervan tussen “Amoris Laetitia” en “Veritatis Splendor”. En deze “dubia” zijn nog steeds open vragen, voor een deel vanwege de weigering van paus Franciscus om ze in overweging te nemen en de weigering om de vier kardinalen te ontmoeten.

Maar wat was de ontstaansgeschiedenis en het doel van “Veritatis Splendor”? Om deze vraag te beantwoorden hebben we een uitzonderlijke getuige: Joseph Ratzinger. Als Müllers voorganger aan het hoofd van de congregatie voor de Geloofsleer droeg hij op substantiële wij bij aan het schrijven van deze encycliek. Maar zelfs na zijn terugtreden als paus blijft hij “Veritatis Splendor” beschouwen als “van onveranderde betekenis” en een encycliek die men ook nu nog “moet bestuderen en zich eigen maken”.

In 2014 wijst Ratzinger in een weloverwogen hoofdstuk voor een boek ter ere van Johannes Paulus II geen ander dan “Veritatis Splendor” aan als de belangrijkste en meest relevante van de veertien encyclieken van deze paus. Een hoofdstuk dat verdient herlezen te worden in het licht van wat er nu in de Kerk aan het gebeuren is onder bewind van zijn opvolger Franciscus.

Hier volgt de passage die de emeritus-paus wijdde aan die encycliek:

*

Over “Veritatis Splendor”

De encycliek over morele problemen “Veritatis Splendor” had vele jaren nodig om te rijpen en zij blijft van ongewijzigde betekenis. De Constitutie van Vaticanum II over de Kerk in de wereld van vandaag wilde in tegenstelling met de tendens in de moraaltheologie toen om zich te focussen op de natuurwet, dat de katholieke moraalleereen bijbelse fundering zou krijgen  rond de figuur van Jezus en zijn boodschap. Met horten en stoten heeft men dat gedurende een korte periode geprobeerd. Dan vatte de mening post dat de Bijbel geen eigen morele boodschap heeft maar verwijst naar morele modellen die geldig zijn voor hun tijd en plaats. Moraliteit is een kwestie van de rede, zei men, niet van geloof.
Zo verdween enerzijds de moraliteit begrepen in termen van natuurwet, maar een christelijke opvatting van moraliteit kwam er niet voor inde plaats. En omdat noch een metafysische noch een christologische fundering voor de moraal kon worden geaccepteerd, nam men zijn toevlucht tot pragmatische oplossingen: een moraliteit vanuit het principe van het streven naar het grotere goed, waarin iets niet langer echt kwaad of echt goed is, maar alleen iets dat uit het oogpunt van doelmatigheid beter of slechter is. De grote opgave die Johannes Paulus zich stelde in deze encycliek was de herontdekking van een metafysische fundering in de antropologie, ook als een christelijke concretisering van het nieuwe mensbeeld in de Heilige Schrift. Het bestuderen en het zich eigen maken van deze encycliek blijft een grote en belangrijke plicht.

*

Als we zien wat er vandaag de dag in de katholieke Kerk gebeurt, zelfs op het hoogste niveau, dan zien we dat alle motiveringen voor de encycliek “Veritatis Splendor” opnieuw aanwezig zijn, met dezelfde zo niet grotere dramatische kracht. En zij maken meer dan ooit de bede relevant dat wij mogen blijven in “het schitterend licht van de waarheid” die vorige uit alle kerken opsteeg.

vertaling C. Mennen pr

Onkatholieke dwaasheid

Door: pastoor Mennen

Altijd ben ik van mening geweest dat de Kerk selectief moet zijn in het wijden van diakens. Het moeten mannen zijn van een behoorlijk intellectueel niveau, van voldoende theologische kennis en van een gezonde sensus fidelium (geloofszin). Dat geldt met name ook voor mannen die indertijd als pastorale werker van de theologische faculteiten kwamen en zich (soms om carrièretechnische redenen) aanboden voor het diaconaat. Het is niet erg zinvol mensen te wijden voor een verkondigingsambt in de Kerk die niet de bedoeling hebben het katholieke geloof te verkondigen of die zo’n mankerende geloofskennis hebben dat ze niet weten wat ze zouden moeten verkondigen.
In deze mening word ik opnieuw gesterkt als ik op de opiniepagina van Trouw de bijdrage lees van Rob van Oosten, diaken van het bisdom Den Bosch.

De diaken in kwestie is verbaasd over het standpunt van de katholieke Kerk dat voor de eucharistie echt brood moet worden gebruikt en hij begrijpt  het standpunt over de glutenvrije hosties niet. Naar zijn “heilige overtuiging zit het sacrament van de eucharistie niet vastgebakken aan ‘de materie’”. Nu is het altijd de overtuiging van de Kerk geweest dat zij voor de sacramenten gebonden is aan de materie die Christus zelf gebruikt heeft. Het is zijn wil geweest voor het sacrament van zijn kruisoffer en zijn aanwezigheid brood te gebruiken. De Kerk heeft zich nooit gerechtigd geacht daarvan af te wijken. Ook niet toen door missionering volken tot de Kerk toetraden voor wie rijst het gewone dagelijkse voedsel is. Er is toen aan de Kerk voorgelegd of rijstkoeken (rijstbrood) geen geldige materie voor de eucharistie zou kunnen zijn. Daar is uit eerbied voor de wil van de Heer negatief op geantwoord. Dat heeft ook met de incarnatie te maken: dat God mens werd in een bepaald land en in een bepaalde cultuur, heeft gevolgen voor de tekenen waarvan Hij zich bediende. Stijn Fens heeft het inderdaad beter begrepen dan onze diaken: met het Allerheiligste moet je niet sjoemelen.

De mededeling rond de gluten moet je in dat licht zien. Sinds men de mogelijkheid heeft gluten uit tarwemeel te verwijderen, wordt de Kerk geconfronteerd met de vraag of glutenvrije hosties geldige materie zijn. In een brief van 19 juni 1995 (toen al!) aan de Bisschoppenconferenties heeft de Congregatie voor de Geloofsleer gezegd dat hosties waaruit alle gluten verwijderd zijn geen geldige materie is maar dat er in de hosties een minimale hoeveel gluten moeten zitten zodat het echt brood is.

Nog ernstiger wordt het als de diaken stelt: “niet primair het brood, maar het delen ervan is sacramenteel, in mijn visie”. Dit heeft absoluut niets meer met het katholieke geloof te maken. Dat zou betekenen, dat een Mis waarin geen communie wordt uitgereikt, geen geldig sacrament zou zijn. Dat is een absurditeit die door eeuwenlang katholiek leven wordt tegengesproken!

Beste diaken, het Sacrament van de eucharistie komt tot stand als een geldig gewijd priester in het kader van de Mis de voorgeschreven woorden uitspreekt over de materie van brood en de materie van wijn in opdracht van Jezus bij het laatste avondmaal: “doet dit tot mijn gedachtenis”. Bij die woorden komt het kruisoffer van Christus present in zijn gebroken lichaam en zijn vergoten Bloed en is Hij met zijn Godheid en mensheid, met ziel en lichaam aanwezig in de gedaanten van brood en wijn. Dat is het sacrament van de eucharistie. Een speciale deelname aan dit sacrament geschiedt in de communie, die open staat voor hen die katholiek zijn en niet door ernstige zonde gehinderd zijn het sacrament te ontvangen. Dit en niets anders is de katholieke opvatting.

Aan het eind van zijn bijdrage zegt de diaken dat hij de kerkgangers in Annakerk in Deuteren op zondag 16 juli met de glutenkwestie en met zijn opvatting daaromtrent geconfronteerd heeft. Volgens hem waren de kerkgangers verbouwereerd. Dan kan hoogstens zijn door de wijze van voorstellen van de diaken. Ik weet dat men in betreffende kerk wel gewend is aan het “breken-en-delen-jargon” waarin een bepaald soort “voorgangers” sinds de jaren 70 van de vorige eeuw de eucharistie abusievelijk heeft proberen te vatten. Hierbij sluit de foutieve opvatting van van Oosten over de materie voor de eucharistie en het sacramentele karakter van het delen naadloos aan. Dat oudere mensen in de Nederlandse Kerk wijzer zouden zijn, is niet per se waar, soms wel “misleider” (=meer misleid)..

Het argument dat men het Jezus zelf zou willen vragen en dat die waarschijnlijk geen bezwaar tegen volkomen glutenvrije hosties zou hebben, is een tegenwoordig veel gehoord liberaal non-argument voor talloze zaken. Je kunt op die manier Jezus alles laten zeggen. Zelfs de merkwaardige nieuwe generaal van de jezuïeten maakt zich eraan schuldig. Het is echter de traditionele katholieke opvatting dat Jezus spreekt en handelt door zijn Kerk, en dan niet in zomaar een oprisping van een paus of van een bisschop maar in de constante leer van die Kerk.

Zonder meer vreemd is de nieuwsgierigheid van van Oosten naar hoe paus Franciscus en bisschop de Korte in hun hart over de glutenkwestie denken, daarmee suggererend dat zij het wel niet eens zullen zijn met het officiële standpunt van “de wereldkerk” maar dat officieel wel moeten. Daarmee  veronderstelt de diaken ten onrechte onkatholieke standpunten in dezen bij de paus en bij de bisschop van Den Bosch. Hij vindt dat hij als diaken wél een tegenstem kan laten horen. Nou, dat mag hij niet. Hij heeft als diaken gewoonweg de kerkelijke leer en discipline rond de eucharistie te aanvaarden en iedere verdeeldheid rond de sacramenten te vermijden. Ik raad de diaken voor zijn eigen welzijn en het welzijn van de gelovigen voor wie hij werkt, aan de nummers rond de eucharistie in de Catechismus van de katholieke Kerk nog eens zorgvuldig door te lezen.

Feest van Maria Magdalena
22 juli 2017

dinsdag 4 juli 2017

Als een paard of een muilezel, zonder verstand

De idee dat geslachtsgemeenschap buiten het doel van voortplanting op z’n minst een dagelijkse zonde is steunt op het getuigenis van vele kerkvaders en pausen[1]. Ik schreef hierover in eerdere artikelen (Artikel 1, Artikel 2, Artikel 3). Maar daarnaast steunt het ook ten volle op de H. Schrift. En daarvan geef ik nu enkele citaten, er zouden er veel meer te geven zijn.

Tobias 6, 16-22: “Toen sprak de engel Rafaël tot hem: Luister eens naar mij, ik zal u uitleggen over wie de duivel macht kan hebben. De boze geest heeft macht over hen, die zó het huwelijksleven beginnen, dat ze God buiten hun hart en hun geest verbannen, en enkel zinnelust zoeken als een paard of een muilezel, zonder verstand; maar als gij met haar trouwt en haar kamer betreedt, moet ge u drie dagen lang haar ontzeggen, en slechts met haar bidden. In de eerste nacht zal de boze geest op de vlucht gaan, als de lever van de vis wordt verbrand. In de tweede nacht zult ge worden toegelaten tot de gemeenschap der heilige aartsvaders. En in de derde nacht zult ge de zegen ontvangen, dat ge flinke kinderen ter wereld brengt. Eerst als de derde nacht voorbij is, moogt ge het meisje bezitten in de vreze des Heren, meer gedreven door verlangen naar kroost dan door genot van de zinnen; dan zult ge in het geslacht van Abraham gezegend worden in uw kinderen.”

Tobias 8, 4-10: “Daarna richtte Tobias zich tot het meisje, en sprak tot haar: Sara, sta op; we moeten vandaag, morgen en overmorgen tot God blijven bidden. Deze drie nachten blijven we verbonden met God; eerst als der derde nacht voorbij is, zullen we ons huwelijksleven beginnen. We zijn immers kinderen der heiligen, en kunnen dus het huwelijk niet beginnen als de heidenen, die God niet kennen. Ze stonden dus beide op, en begonnen samen vurig te bidden, dat ze gespaard mochten blijven. En Tobias sprak: Heer, God van onze vaderen; mogen hemel en aarde U loven, met de zee, de bronnen en stromen, en met al uw schepselen die er in wonen. Gij hebt Adam geschapen uit het stof van de aarde, en hem Eva toegewezen als hulp. Welnu dan Heer; Gij weet, dat ik niet uit wellustmijn zuster tot vrouw heb genomen, maar alleen uit verlangen naar kroost, opdat ze uw Naam mogen zegenen in de eeuwen der eeuwen. Ook Sara sprak: Ontferm U over ons, Heer, ontferm U onzer en houd ons beide samen tot op onze oude dag.”

En dat ik deze Bijbelteksten citeer is geen overblijfsel uit mijn Protestantse tijd, de protestanten hebben dit Bijbelboek immers uit hun ‘Bijbel’ geschrapt.



[1] H. Augustinus (De bono viduitatis, c. 4, nr. 5 / Het goed van het huwelijk), Petrus Lombardus (Libri sententiarum, lib. IV, dist. 27, nr 2.4), H. Thomas van Aquino (Summa Theologiae"; aanhangsel, vraag 49, artikel 5), Paus Innocent XI (Errores doctrinae moralis laxioris, 2109), Clemens van Alexandrië (De opvoeder van kinderen 2: 10:95:3), Lactantius (Divinae Institutiones 6: 20)

maandag 3 juli 2017

De protestantisering van de Katholieke Kerk

Auteur: Harry Prins

Vanaf 2 juli leidt kardinaal Gerhard Müller niet langer de Congregatie voor de Geloofsleer in het Vaticaan. Paus Franciscus zegde Müller de wacht aan en verlengde zijn termijn niet. De actie typeert de houding van de paus, die weinig op heeft met de traditionele katholieke gelovigen. Franciscus noemt de Kerk een 'veldhospitaal' en transformeert langzaam maar zeker de Kerk tot een actiecentrum. Met zijn optreden handelt de paus in de geest van de nieuwe katholieke theologie, die na het Tweede Vaticaans Concilie zoveel invloed kreeg.

Het was nota bene een gereformeerde predikant die op pijnlijke wijze die theologie van de jaren zestig fileerde. In een brochure (jaar van uitgave 1969) in de reeks 'Reformatorische stemmen', een uitgave van de Willem de Zwijgerstichting, analyseert dominee en hoogleraar Willem Velema de "tendensen in de huidige rooms-katholieke theologie". De titel geeft de richting van die analyse al aan: 'Op weg naar een nieuwe vrijzinnigheid?'.

Kern van de kritiek van Velema is dat de nieuwe rooms-katholieke theologie niet God, maar de mens centraal stelt. "Men gebruikt het begrippenapparaat en de denkwereld van de geseculariseerde, moderne mens. De bijbelse boodschap kan slechts dáárbinnen een plaats krijgen en mag alleen dáárbinnen functioneren," schrijft Velema. "De boodschap kan zó weinig anders zijn dan een in dienst van deze mens staan, in plaats dáárvan dat hij dóór God ten dienste van deze mens gesteld wordt."

Katholieke theologen als Hans Küng, Karl Rahner, Armand Fiolet en velen na hen, verdedigden deze insteek op de rol van de mens vanuit de gedachte dat de moderne, geseculariseerde mens geen boodschap heeft aan de transcendente God. Fiolet bijvoorbeeld zet volledig in op de mens: in hem is God, in de persoon van Jezus Christus, aanwezig. Velema schrijft hierover: "Zijn mens-zijn [Christus] met ons laat zien, dat ons mens-zijn met de ander een Godsontmoeting is". Kern is de gedachte dat de verlossing niet teweeg wordt gebracht door het offer van Jezus Christus, maar door het mens-zijn. Vergeving van zonden is niet noodzakelijk, het gaat om "waarachtig mens-zijn". Niet Golgotha, maar Bethlehem is het uitgangspunt van de nieuwe theologie.

"Waar we menselijkheid aantreffen, daar is God," schrijft Velema. In de kerk zingt men met regelmaat het lied "Waar vriendschap is en liefde, daar is God". Het lied vertolkt dezelfde gedachte: menselijkheid, humaan optreden, 'God in het gelaat van de ander' (Levinas). Die gedachte sluit één weg naar het heil dan ook uit. Er zijn meerdere wegen die naar het heil leiden, in de nieuwe katholieke theologie geformuleerd als 'de algemene goedheid van de menselijke natuur'. Het licht schijnt niet alleen in het christendom, maar ook in andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Er is geen sprake van een Katholiek geloven, maar van een vaag seculier humanisme. Zie hier de bittere vruchten van het Concilie.

Het venijn in de nieuwe theologie zit volgens Velema onder andere in de wijze waarop deze theologen hun gedachten aan papier toevertrouwen. Over Fiolet constateert hij dat het eigenlijke van Fiolet's werk niet begrepen kan worden. De abstracte en betoverende zinnen – deze theologen beoefenen een vorm van magie – bevatten vrijzinnige gedachten, maar een uitgesproken verzet tegen de orthodoxe leer zal de lezer niet aantreffen. Dat wisten de nieuwe theologen treffend te omzeilen. Een Franse theoloog/priester, die een decennium na de brochure van Velema een aantal boeken publiceert waarin hij zelfs de orthodoxe leer vaarwel zegt, weet in betoverende taal de lezer – humanistisch en geseculariseerd – te bedwelmen en te verleiden tot zijn ketterse gedachtegoed. Jacques Pohier, dominicaan (uiteraard), uitgetreden in 1984, weet in 'God in fragmenten' (1985) deze zinnen op te schrijven: "Maar ik moest ontdekken dat de weg verkeerd was. Of liever, dat er iets anders moest gebeuren vóóŕ de weg gevonden werd:
niet een andere voorbereidende fase, maar eerder een andere aarzeling, een andere rustperiode, een ander in elkaar storten van de stevigste grond. Een andere ontbinding. Die van het feit zelf God te zeggen. Die van het feit zelf God te kunnen zeggen. Niet van het feit God te willen zeggen. Maar die van het feit dat God zegbaar zou zijn. De ontbinding van God voor zover hij zegbaar zou zijn. Als God, volgens Eckhart, God wordt als mensen God zeggen, dan gaat het in zekere zin over de ontbinding van God".


Je durft nauwelijks te denken aan al die katholieken (en niet-katholieken) die dit gif hebben gedronken. Die de kerk verlieten, een kerk die het sacrament van boete en verzoening afgeschafte, een kerk die de knielbanken verwijderde, een kerk die alleen nog zingt over 'vriendschap en liefde'. Een humanistische eredienst, waarvoor orthodox-gereformeerden – die hun eigen strijd met humanisten als Kuitert moesten voeren – al in de jaren zestig van de vorige eeuw waarschuwden. Het lijkt erop dat de nieuwe theologen, onder de huidige paus, 50 jaar na dato alsnog winnen.

zondag 2 juli 2017

Heiliging in het huwelijk

De Geschriften 1944, Maria Valtorta. blz, 238 UItgeverij St. Maria Valtorta.

Jezus zegt:
De families die geen families zijn, en die de oorzaak zijn van grote ongelukken die vanuit het innerlijk van de familiale cel zich uitbreiden om de nationale gemeenschap te verwoesten en vandaar de wereldvrede, zijn die families waarin God niet heerst, maar wel de zinnen en het eigenbelang en dus het kindschap van Satan. Ontstaan op een basis van zinnen en eigenbelang, verheffen zij zich niet tot wat heilig is, maar als onkruid dat in het slijk is ontstaan kruipen ze steeds naar de aarde.

De engel zegt tegen Tobias: “Ik zal je leren wie het zijn waarover de duivel macht heeft” (Tob. 6:16).
Oh! er zijn waarlijk echtgenoten die vanaf het eerste uur van hun huwelijk onder duivelse macht staan! Er zijn er zelfs die al voor het huwelijk zo zijn. Er zijn er die, wanneer ze de beslissing nemen zich een metgezel of metgezellin te zoeken, dat niet doen met oprechte bedoelingen maar met bedrieglijke, listige berekeningen, waarin het egoïsme en de zinnelijkheid oppermachtig heersen.

Niets is gezonder en heiliger dan twee die elkaar oprecht beminnen en zich verenigen om het menselijk ras te vereeuwigen en zielen aan de Hemel te geven.
De waardigheid van de man en de vrouw die ouders zijn geworden is de tweede, na die van God. Zelfs de koninklijke waardigheid is daaraan niet gelijk, want de koning, ook de meest wijze, doet niets anders dan zijn onderdanen besturen. De ouders daarentegen trekken Gods blik over zich aan en ontrukken aan die blik een nieuwe ziel, die zij insluiten in het omhulsel van het vlees dat uit hen wordt geboren. Ik zou bijna zeggen dat zij God tot onderdaan hebben, op dat moment, omdat God – door hun rechtschapen liefde die zich verenigt om aan de Aarde en aan de Hemel een nieuwe inwoner te geven – onmiddellijk een nieuwe ziel schept.

Als jullie maar zouden nadenken over jullie macht, waarmee God onmiddellijk instemt! De engelen kunnen niet zoveel. Daarentegen zijn de engelen onmiddellijk bereid zich aan te sluiten bij de daad  van de vruchtbare echtgenoten, om bewaarder te worden van het nieuwe schepsel. Maar groot is het aantal van hen die, zoal Rafaël zegt, de huwelijkse staat op een wijze dat ze God uit zichzelf en uit hun geest verbannen door zich over te geven aan de wellust. En over diegenen heeft de duivel macht (Tob. 6:16-22).

Welk verschil is er tussen het bed van de zonde en het bed van twee gehuwden die het genot niet uitsluiten maar wel de nakomelingschap afwijzen? Laten we niet met woorden goochelen en leugenachtige redeneringen gebruiken. Het verschil is tamelijk klein. Als het door ziekte of onvolmaaktheden raadzaam is of toegestaan dat geen kinderen worden voortgebracht, dan moet men matig leven en zich onthouden van die steriele genoegdoeningen die niets anders zijn dan de bevrediging van de zinnen. Als daarentegen geen enkele hindernis de voortplanting in de weg staat, waarom maken jullie dan van een natuurlijke en bovennatuurlijke wet een immorele daad, door haar in haar doel te verminken?

Als het, om welke oprechte overwegingen dan ook, raadzaam is geen kinderen meer te krijgen, weet dan als kuise echtgenoten te leven en niet als wellustige apen. Hoe willen jullie dat de engel van God over jullie huis waakt, als jullie daarvan een hol van zonde maken? Hoe willen jullie dat God jullie beschermt, als jullie Hem noodzaken Zijn blik vol afkeer af te wenden van jullie bezoedelde nest?

Oh! beklagenswaardig de families die gevormd worden zonder bovennatuurlijke voorbereiding, de families waaruit bij voorbaat elk zoeken naar de Waarheid verbannen is, die de dingen van het hoe en het waarom van het huwelijk leert. Beklagenswaardig de families die gevormd worden zonder een enkele hogere gedachte, maar alleen onder de angel van zinnelijke lust en financiële overwegingen! Hoeveel echtgenoten zijn er die, na de onvermijdelijke gewoonte van de religieuze ceremonie – gewoonte heb ik gezegd, en Ik herhaal het, want voor het merendeel is het niets anders dan een gewoonte en geen streven van de ziel om op dat moment God met zich te hebben – geen gedachte meer wijden aan God, en van het Sacrament, dat niet eindigt met de religieuze ceremonie, maar dan begint en voortduurt zolang het huwelijksleven duurt, volgens Mijn gedachte – evenals het monnikenleven niet duurt zolang de ceremonie duurt – van dat Sacrament een feest maken, en van het feest een uitbarsting van beestachtigheid!
De engel leert Tobias dat, door het gebed vooraf te laten gaan aan de daad, de daad geheiligd en gezegend wordt en zij haar vruchten geeft van ware vreugde en nakomelingen (Tob. 6:16-22; 8:4-10.15-17).

Zo zou men het moeten doen. Overgaan tot het huwelijk, bewogen door een verlangen naar kroost, want dat is het doel van de menselijke vereniging, en elk ander doel is de zonde die de mens als redelijk wezen onteert en de geest verwondt, tempel van God, Die verontwaardigd vlucht, en elk uur God voor ogen hebben. God is geen onderdrukkende cipier, maar een goede Vader, die jubelt om de oprechte vreugden van Zijn kinderen, Die hun heilige omhelzingen beantwoordt met hemelse zegeningen en met instemming, waarvan de schepping van een nieuwe ziel het bewijs is.

Wie zal echter deze bladzijden begrijpen? Alsof Ik de taal spreek van een onbekende planeet zullen jullie ze lezen, zonder er de heilige smaak van te bemerken. Het zal jullie geperst stro lijken, terwijl het hemelse Leer is. Jullie, de wijzen van nu, zullen er de spot meer drijven. En jullie weten niet dat  Satan lacht om jullie dwaasheid, Satan die geslaagd is dankzij jullie onmatigheid, jullie beestachtigheid, en die datgene veroordeelt wat God tot jullie welzijn heeft geschapen: het huwelijk als menselijke eenheid en als Sacrament.
Ik herhaal de woorden van Tobias tot zijn vrouw, opdat jullie ze onthouden en je ernaar richten – als jullie dat nog kunnen – door een rest aan menselijke waardigheid die in jullie overleeft: “Wij zijn kinderen van heiligen, en wij kunnen ons niet verenigen zoals de heidenen die God niet kennen” (Tob. 4:12).

Dat zij jullie norm. Ook al zijn jullie geboren waar de heiligheid al dood was, het Doopsel heeft altijd kinderen van God van jullie gemaakt, van de Heilige der heiligen, en daarom kunnen jullie altijd zeggen kinderen van heiligen te zijn: van de Heilige, en je daarnaar richten. Jullie zullen dan altijd “een nakomelingschap hebben waarin de Naam van de Heer zal worden gezegend” en waar men in Zijn Wet zal leven.
En wanneer de kinderen leven volgens de goddelijke Wet, zullen de gelukkige ouders, omdat die Wet deugd, respect en liefde leert, na God zich als eersten daarover verheugen, de heilige echtgenoten die van hun huwelijk een voortdurende ritus hebben weten te maken en geen schandelijke ondeugd.

dinsdag 20 juni 2017

De kathedraal weer op kleur

“Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald”, zegt het spreekwoord. Daarom zijn we blij dat Mgr. de Korte alsnog de oecumenische gebedsviering op 24 juni in de St.-Janskathedraal heeft afgeblazen. We zijn dankbaar voor zijn moed.

Minder dankbaar ben ik voor het feit, dat hij de zwartepiet hiervoor als het ware neerlegt bij de verontruste gelovigen en priesters. Het is dus niet zo, dat de bisschop zegt: een dergelijke viering hoort niet thuis in een katholieke kerk. Hij zegt alleen dat het doorgaan van de viering veel emoties oproept bij een deel van de gelovigen en de priesters. Het gaat niet door omdat de bisschop de verdeeldheid niet verder aan wil wakkeren.

Wat je had kunnen verwachten, gebeurt nu. Abt Dennis Hendrickx van de abdij van Berne in Heeswijk heeft zich tot spreekbuis gemaakt van die andere groep die nu teleurgesteld is omdat de viering niet doorgaat. Hij schrijft:

Uw besluit voor toestemming tot en medewerking aan de oecumenische gebedsdienst op 24 juni a.s. heeft – zo schrijft u – religieuze gevoelens van tal van katholieken geraakt. Dat zal zeker het geval zijn en dat valt natuurlijk te betreuren omdat dat geen doel op zich was en mag zijn. Maar met de intrekking voelen vele anderen zich nu nadrukkelijk in de kou gezet. Het is maar de vraag welke eenheid er nu geweld aangedaan is en wordt.

Inderdaad, de abt heeft gelijk als hij zegt dat de “lieve vrede” of de eenheid binnen de kerk hier geen echt argument kan zijn. Je trapt immers altijd mensen op hun hart. Dat laat zich in de kerk van vandaag bij iedere belangrijkere bestuurlijke beslissing nauwelijks vermijden.

De vraag kan en mag alleen zijn: is een beslissing juist op grond van de uitgangspunten van de katholieke Kerk. De bisschop heeft in zijn Pinksterbrief de leer van de Kerk rond (homo)seksualiteit duidelijk beschreven. Dat was een goede stap, zeker als je bedenkt dat de “andere kant” bij monde van abt Hendricks het ook een fijne brief vond: die ons een warm gevoel heeft gegeven van betrokkenheid en pastorale nabijheid.

Als je werkelijk de moraal van de Kerk onderschrijft, dan is het heel wel mogelijk en zelfs goed dat je een gesprek aangaat met groepen uit de LGBT wereld, zeker met personen die bij de katholieke Kerk willen horen maar het is wel onmogelijk om iets kerkelijk te vieren wat in zijn gedragingen, zoals door die groep gepropageerd, zondig is en daar een zegen over te geven. We hebben geen kerken om de zonde te vieren. Je kunt niet enerzijds met de mond de leer van de Kerk onderschrijven en die anderzijds door praktische toegeeflijkheid weer onderuit halen.

Er zou niets op tegen zijn als katholieke homoseksuelen in de kerk bij elkaar zouden komen om Gods kracht en bijstand af te smeken om kuis te kunnen leven. Maar dat lijkt niet bepaald de bedoeling en daarmee staat alles in complete tegenstelling met de Pinksterbrief van de bisschop.

We hebben vernomen dat plebaan van Rossem toch zijn medewerking zal verlenen in de protestantse kerk. Dat is om reden van het boven geschilderde ongepast en onbegrijpelijk. We zullen uit de verslagen wel kunnen opmaken met hoeveel eerbied er over de standpunten van de katholieke Kerk is gesproken. Ik ben bang dat het niet veel meer zal zijn dan bij een dergelijke oecumenische viering in Eindhoven enkele jaren geleden die u hier kunt bekijken en waarbij u hier mijn commentaar nog kunt nalezen.

C. Mennen pr
19 juni 2017

vrijdag 2 juni 2017

De roze kathedraal

C. Mennen pr

De Catechismus van de Katholieke Kerk stelt in nr 2357: “Onder homoseksualiteit verstaat men de betrekkingen tussen mannen af tussen vrouwen die zich seksueel exclusief of overwegend aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht. Homoseksualiteit kent, door de eeuwen heen en binnen de veelheid van culturen, verschillende verschijningsvormen. De psychische oorsprong is moeilijk op te helderen. Steunend op de heilige Schrift, die deze betrekkingen voorstelt als een ernstige ontaarding, heeft de Overlevering steeds verklaard dat ‘homoseksuele daden intrinsiek ongeordend zijn’. Ze zijn in strijd met de natuurwet. Homoseksuele handelingen sluiten de seksualiteit af voor de gave van het leven. Ze komen niet voort uit een ware affectieve en seksuele complementariteit. Daarom kunnen ze in geen geval goedgekeurd worden.”

Dit moreel standpunt is duidelijk. Dat betekent niet dat de Kerk homoseksuele gelovigen afschrijft. Zij kunnen lid zijn van de Kerk en aan het kerkelijk leven deelnemen. Wel vraagt de Kerk van haar gelovigen de bereidheid en de oprechte wil volgens haar moraal die rechtstreeks voortkomt uit de Bijbel en de natuurlijke zedenwet, te leven. Het is de taak van de pastoraal om individuele mensen in de beleving van die moraal te helpen en in het sacrament van boete en verzoening Gods vergevende barmhartigheid te schenken aan hen die gevallen zijn en weer willen opstaan.

Het is tegen het katholiek geloof en dus ook niet pastoraal om homoseksueel gedrag moreel goed te keuren of te doen alsof het een normale variant is van menselijke seksualiteit. Dat laatste is wat de meeste homo-organisaties beweren en die opvatting verwachten zij van heel de maatschappij en ook van de Kerk. De catechismusuitspraak van de katholieke Kerk vinden zij discriminerend en ze willen die houding van de Kerk kost wat kost veranderen

Daarom is vanuit hun optiek de vraag naar een “roze gebedsviering”, juist in de St.-Janskathedraal, begrijpelijk. Het is niet zomaar een vrome opening van een dag. Het geheel heeft een duidelijke metabetekenis. Men wil het laatste bolwerk dat vasthoudt aan de schriftuurlijke afkeuring van homoseksueel gedrag en van alle handelingen tegen de morele natuurwet innemen. Dat gebeurt voor hun gevoel – en niet geheel ten onrechte – op 24 juni aanstaande als ze als groep de St.-Jan veroveren waarbij de plebaan hen welkom heet en de bisschop hen (en daarmee hun doen en laten) zelfs zegent.

Van de kant van de plebaan en vanuit het bisdom wordt dat alles gepresenteerd als een ongevaarlijke, vriendelijke geste jegens een groep die zich kerkelijk gemarginaliseerd voelt. De woordvoerder van het bisdom benadrukt dat er niet aan de leer van de Kerk getornd wordt. Ik zou zeggen: ammehoela!! Trouwens door te zeggen dat het in de praktijk allemaal niet zo moeilijk is, geeft de woordvoerder aan dat er blijkbaar een groot onderscheid bestaat tussen de leer en de praktijk, dwz de pastoraal. Dat is echter onmogelijk. Als de pastoraal niet naadloos aansluit bij de leer van Christus, dan deugt de pastoraal niet. Immers de pastoraal dient ervoor de leer in de praktijk handen en voeten te geven. Ofwel stiekem wordt de leer veranderd. Want een leer die in de praktijk ongestraft en onweersproken met voeten wordt getreden, bestaat in feite niet meer. Men lijkt feitelijk voor de laatst genoemde weg te kiezen. En het enthousiasme van LHBG-gemeenschap over de viering in de St-Jan maakt wel duidelijk dat het zo ook ervaren wordt.

Dat het allemaal niet zo neutraal en ongevaarlijk is en dat het wel degelijk met goed- en afkeuring van de kant van de plebaan en het bisdom te maken heeft, maken de antwoorden op de volgende casussen duidelijk:

Wil de plebaan in een gebedsdienst in de St-Jan hartelijk welkom heten als medetochtgenoten door het leven en wil de bisschop bruggenbouwend en verbindend zegenen:

- een denkbeeldige PVV-landdag die haar landelijke manifestatie in Den Bosch met een gebedsdienst in de kathedraal wil beginnen?
- het denkbeeldige verbond van seksclubhouders en de gezamenlijke meisje van plezier die de dag tegen hun discriminatie in Den Bosch willen beginnen met een gebedsdienst?

Om misverstand te voorkomen wil ik hier wel meteen bij aantekenen dat ik de LHBG-gemeenschap geenszins zou willen vergelijken met de PVV of het andere denkbeeldige genootschap. Wel is de overeenkomst dat de afzonderlijke leden, ook van deze clubs, lid van de Kerk kunnen zijn, niet gediscrimineerd mogen worden en met welwillendheid pastoraal tegemoet getreden moeten worden.

Tenslotte wil ik op bijkomende consequenties van het plebanesque en bisschoppelijke gedrag wijzen:
- Hierdoor worden normale katholieken die trouw willen zijn aan de leer van de Kerk, geschoffeerd, en niet in het minst die homoseksuelen die zich inspannen kuis volgens de leer van de Kerk te leven.
- Hierdoor wordt pastoors die in het verleden door acties van de homogemeenschap aan de schandpaal zijn genageld, alleen omdat ze datgene deden wat van goede zielenherders verwacht mocht worden, nog een extra trap nagegeven door officials van de Kerk (ik refereer aan pastoor Buijens).
- Hierdoor worden pastoors die tot heden dergelijke vieringen met succes, zelfs ondanks druk van gemeentebesturen, uit hun kerk hebben kunnen weren, ernstig verzwakt. Men zal zeggen: de bisschop vindt het toch goed…

Het is zeker niet toevallig dat de Kerk op 24 juni de geboortedag viert van de heilige Johannes de Doper. Deze werd door koning Herodes onthoofd omdat Johannes hem aansprak op zijn immoreel gedrag. Hij leefde immers met de vrouw van zijn broer. Iemand die opkomt voor Gods wetten, oogst zelden applaus.

1 juni feest van de H. Martelaar Justinus

zondag 21 mei 2017

Alleen voor de voortplanting?

De H. Johannes Paulus II heeft tijdens de wekelijkse Algemene Audiënties catecheses gegeven die bekend geworden zijn onder de naam: Theologie van het Lichaam. Deze catecheses geven een totaalvisie op de mens en met name op het lichaam en geslachtsgemeenschap in het huwelijk. Mede onder invloed van de Theologie van het Lichaam is het besef dat gemeenschap buiten het doel van de voortplanting een zonde is bijna geheel verdwenen. Dit in tegenstelling tot wat de kerkvaders ons leren. Volgens de jongerencatechismus Youcat wil God “dat man en vrouw elkaar in erotische en seksuele lust ontmoeten om zich in liefde steeds vaster met elkaar te verbinden en kinderen uit hun liefde te laten ontstaan. Aan het lichaam, de lust en erotisch plezier worden in het christendom grote waarde gehecht.” Een heel andere boodschap dan de boodschap die je kunt lezen bij de H. Augustinus of H. Thomas van Aquino. In dit artikel een samenvatting van wat de kerk op deze punten leert, hiermee veelvoorkomende misvattingen tegensprekend.

Wat is het doel van het huwelijk?

In het natuurlijke (niet-christelijke) en in het christelijke huwelijk is het belangrijkste doel het voortbrengen van nageslacht, daarbij inbegrepen het opvoeden van de kinderen tot kinderen van God. Het tweede doel (ondergeschikt aan het eerste) is het elkaar helpen en steunen, en elkanders welzijn bevorderen. En ook het elkaar helpen zondig gedrag te voorkomen, o.a. door het blussen van de begeerlijkheid als de andere partij daar om vraagt. Daarom zegt de apostel Paulus dat we ons binnen het huwelijk niet te lang moeten onthouden om ons te richten op vasten en gebed, ”opdat de satan u niet bekoort door uw onthouding.” (1 Kor. 7, 5). Wanneer we ons te lang onthouden zouden wij immers in erge zonde kunnen vallen, zoals masturbatie en overspel.

Wat het christelijk (sacramenteel) huwelijk betreft is het voornaamste doel meer volledig: Het verwerven van kinderen, en deze opvoeden tot 'kinderen van God', die eeuwig God zullen loven en danken. De echtgenoten moeten daarom elkaar, de kinderen en de omgeving, tot zondeloosheid en heiligheid brengen, en daardoor naar de hemel leiden.

In het huwelijk geven man en vrouw elkaar het onvervreemdbaar recht, niet alleen maar op hun lichaam, maar op zichzelf, op de hele persoon. Zij schenken zichzelf wederzijds weg om volkomen één te worden in een levenslange echtelijke eenheid om volgens Gods opdracht nageslacht  voort te brengen en dat op te voeden tot kinderen van God en elkaar te heiligen.

Wat is het doel van de geslachtsgemeenschap?

De geslachtsgemeenschap is naar haar aard gericht op de voortplanting. God heeft het krijgen (en opvoeden) van kinderen als opdracht meegegeven aan echtparen. Daarom mag geslachtsgemeenschap, met alle eraan voorafgaande handelingen en alle daden die deze geslachtsgemeenschap vergezellen, slechts plaats vinden in het huwelijk. Alleen binnen het huwelijk is aan alle voorwaarden voldaan die passen bij het ontvangen en het opvoeden van kinderen.

Echtgenoten kunnen om één van de volgende hoofdredenen, of om combinaties daarvan, huwelijksgemeenschap wensen:
• Om kinderen te krijgen
• Om hun liefde aan elkaar te tonen
• Uit gewoonte.
• Om zonde te vermijden, dat is om de begeerlijkheid te blussen.
• Om genoegens en lust te ervaren.

Indien de laatstgenoemde reden (bevordering van lust en genoegens) de hoofdreden is, zal de gemeenschap niet vrij van (zonde)schuld zijn. Bij combinaties van redenen is dit meestal minder duidelijk. Een (christelijk) levensideaal is dat gedachten en gevoelens kuis moeten zijn. Bovendien mag niet de mogelijkheid tot het ontvangen van kinderen worden belemmerd. Alle handelingen die leiden tot, en deel uitmaken van de geslachtsgemeenschap, moeten kuis verricht worden. Dit betekent dat genot en lust niet op de eerste plaats en niet om henzelf mogen worden genoten, maar wel als nevenverschijnsel van de normale huwelijksgemeenschap, met het juiste doel. Het is niet altijd gemakkelijk uit te maken of dit wel of niet het geval is. In de praktijk is er een flinke marge. In de hemel is men goed op de hoogte van de zwakheden der mensen, en in dit opzicht telt bij God vooral de goede wil.

Wanneer zijn seksuele handelingen onkuis?

Alles wat tussen niet-getrouwde mannen en niet-getrouwde vrouwen naar intimiteit zweemt, is al snel onzedig en onkuis. Alles wat verder gaat dan een gewone begroeting door een handdruk of lichte kus op de wang, waarbij de lichamen steeds de nodige afstand bewaren, is al snel onzedig en mogelijk onkuis. Het is belangrijk om te bedenken dat er op het gebied van seksualiteit geen daden bestaan die niet-gewichtig zijn.

Geslachtelijke aanrakingen en handelingen leiden naar hun aard allemaal naar de volledige lichamelijke vereniging. De seksuele gevoelens zijn er immers op gericht hun hoogtepunt te bereiken in de geslachtsgemeenschap. De seksualiteit is als een soort machine, die als deze eenmaal is gestart, moeilijk kan worden stilgelegd. Veel hedendaagse jongeren weten niet dat als de seksuele gevoelens eenmaal zijn opgewekt, er een bijna vanzelf verlopend proces in gang wordt gezet. Dit betekent, dat het bevorderen van seksuele gevoelens en verlangens alleen in het huwelijk thuis horen. In het huwelijk zijn ze een omlijsting en voorspel van de lichamelijke gemeenschap, waarbij de lust niet bovenmatig mag worden bevorderd.

Wat mag wel en niet mbt geslachtsverkeer binnen het huwelijk?

Ook in het (christelijk) huwelijk is niet elke seksuele handeling tussen de echtgenoten toegestaan. Elke seksuele handeling moet horen bij het gewone en natuurlijke voorspel op en de geslachtsgemeenschap zelf. Elke handeling die niet gericht is op de natuurlijke wijze van geslachtsgemeenschap is onkuis en moet daarom worden vermeden. Het is dus zondig om orale en anale seks te hebben. Zoals we bijvoorbeeld leren uit de volgende brief van de H. Barnabas[1]: “Gij zult niet zijn zoals degenen waarvan we horen dat ze  kwaad bedrijven met de mond en het lichaam door onreinheid (oraal geconsumeerde seks).”

Onkuis is ook het gebruiken van lust bevorderende preparaten of middelen, of (bijzondere) instrumenten, bijvoorbeeld ten behoeve van sadomasochistische seks. Een gemakkelijke praktische regel is dat het zaad van de echtgenoot slechts in de schede van de echtgenote mag terecht komen, en nergens anders. Dit mag slechts als resultaat van de gewone echtelijke vereniging plaatsvinden, waarbij men niets mag doen, of nalaten, om het gewone verloop van de natuurlijke processen te verstoren of te verhinderen. Alle handelingen die uitsluitend gericht zijn op het bevorderen van de hartstocht, de lust en het genot, zijn onkuis en moeten worden vermeden.

Wanneer is geslachtsgemeenschap binnen het huwelijk zonde?

Er zijn maar twee manier waarop getrouwde personen in de geslachtsgemeenschap samen kunnen komen zonder zonde. Ten eerste wanneer ze tot doel hebben nageslacht voort te brengen en ten tweede wanneer ze aan de ander hun huwelijkse plicht vervullen. Namelijk om zichzelf aan de ander te geven om de begeerlijkheid uit te blussen, zodat erger zonde voorkomen wordt.

Dit is de belangrijkste conclusie van dit artikel. Daarom een heel aantal citaten die aantonen dat dit altijd en overal het standpunt van de Kerk is geweest:

·         H. Augustinus: “Wanneer de vleselijke lust de maat voor de geslachtsgemeenschap te buiten gaat, buiten dat wat nodig is voor het verwekken van kinderen, is dit een kwaad, maar vergeeflijk vanwege het goede van het huwelijk.” (De bono viduitatis, c. 4, nr. 5).
·        H. Augustinus: “De noodzakelijke geslachtsgemeenschap voor het verwekken van kinderen is alleen waardig binnen het huwelijk. Maar dat wat verder gaat dan deze noodzaak volgt niet langer de rede, maar de lust.” (Het goed van het huwelijk).
·        Petrus Lombardus (Libri sententiarum, lib. IV, dist. 27, nr 2.4
·        H. Thomas van Aquino: “Bijgevolg zijn er slechts twee manieren waarop getrouwde mensen zonder zonde kunnen samenkomen, namelijk om nakomelingen te krijgen en om de huwelijkse plicht te betalen. In alle andere gevallen is het een dagelijkse zonde.” (Summa Theologiae"; aanhangsel, vraag 49, artikel 5).
·        Paus Innocent XI / Clemens van Alexandrië: "Het hebben van geslachtsgemeenschap voor een ander doel dan het verwekken van kinderen is schade doen aan de natuur." (Errores doctrinae moralis laxioris, 2109 / De opvoeder van kinderen 2: 10:95:3).
·        Lactantius: “De voortplantingsorganen zijn, zoals de naam ons leert, gegeven aan ons voor geen ander doel dan het voortbrengen van nageslacht.” (Divinae Institutiones 6: 20).

Hier zouden eenvoudig meer voorbeelden aan toe te voegen zijn, omdat het is wat de Kerk altijd en overal heeft geleerd.

Is anticonceptie altijd verboden?

De geslachtsgemeenschap in het huwelijk mag niet door uitwendige of door inwendige maatregelen van haar voortplantingskracht worden beroofd. Dat betekent, dat alle handelingen en alle technische en biologische maatregelen, waarbij wordt ingegrepen in de natuurlijke orde, ongeoorloofd zijn. Hieronder vallen bijvoorbeeld: coítus interrúptus (voortijdig terugtrekken), het condoom, sterilisatie, enz. als ook de hormonale methoden, zoals de diverse soorten anticonceptiepillen. De encycliek van Paus Paulus VI Humánæ Vitæ is hierover heel duidelijk.

Door het gebruik van de meeste anticonceptie pillen overtreed men ook nog een tweede gebod: Gij zult niet doden. Omdat deze pillen ook een abortieve werking hebben. Sterilisatie (doorsnijding van zaad- of eileiders) is een opzettelijke beschadiging, een verminking, van een goed werkend orgaan, en gaat daarom ook in tegen ditzelfde gebod.

Wanneer men om ernstige redenen geen kinderen kan ontvangen is het beste om zich  geheel van gemeenschap te onthouden. Wanneer het ‘beste’ niet haalbaar is wil dat echter niet automatisch zeggen dat er sprake van zonde is. We moeten steeds streven naar het hoogste, maar wanneer dat niet gehaald wordt is dat geen reden tot wanhoop, maar eerder een aansporing om nog verder te groeien in deugden. Daarom mogen, vanwege zwakheid van het vlees, andere methoden van natuurlijke geboorteregeling, zoals de sympto-thermale methode en NFP sensiplan, toegepast worden. Hierbij grijpt men niet in de natuurlijke gang van zaken in. Men verstoort die niet, noch verhindert men natuurlijke processen. Men maakt slechts gebruik van de kennis, die men heeft over de gedetailleerde werking van het vrouwelijk lichaam. Men kan de natuurlijke methoden gebruiken om de kans kinderen te krijgen te vergroten door te streven naar gemeenschap tijdens de vruchtbare dagen van de vrouw. Dit is volgens de natuurwet en de leer van de katholieke Kerk altijd toegestaan. En men kan deze methoden gebruiken om het aantal kinderen te beperken. In dit geval wordt de huwelijksgemeenschap beperkt tot de onvruchtbare dagen van de vrouw, en onthoudt men zich van die gemeenschap op de andere dagen.

Maar het feit dat de methode natuurlijk is wil nog niet zeggen dat ze ook altijd moreel geoorloofd is, ten minste als kinderbeperking het nagestreefde doel is. Kinderbeperking is niet altijd moreel geoorloofd. Blijvende onthouding en periodieke onthouding middels natuurlijke methoden zijn in het huwelijk alleen geoorloofd als daar ernstige redenen voor zijn. Want Gods gebod “Gaat heen en vermenigvuldigt u” is geen loos gebod, dat men naar eigen believen ter zijde kan schuiven. Anderzijds eist God niet, dat dit gebod moet worden gehoorzaamd wanneer het onmogelijk is dit te doen. Het moet, redelijk gezien, mogelijk worden geacht om de eventuele kinderen op te voeden. Gaat dit niet, dan is deze wijze van geboortebeperking moreel geoorloofd. Ernstige redenen zijn bijvoorbeeld:

·        Maatschappelijke omstandigheden: In tijden van revolutie en oorlog, bij verblijf in (vluchtelingen)kampen, tijdens epidemieën, bij hongersnood, bij overstroming, e.d.
·        Familieomstandigheden: Bij slechte of gebrekkige huisvesting, bij grote en echte armoede, bij te kort schietende geldelijke middelen, e.d.
·        Persoonlijke omstandigheden: Bij ernstige ziekte, bij een slechte gezondheid van de vrouw, bij dreigende overbelasting van man of vrouw, bij het reeds hebben van een of meerdere gehandicapte kinderen, bij het lijden aan erfelijke of overdraagbare ziekten, die men niet aan het nageslacht wil doorgeven, e.d.

Blijvende of tijdelijke onthouding is ook toegestaan om hogere geestelijke motieven, zoals tijdelijke onthouding, gepaard gaande met extra gebed, gedurende enige weken om de genezing van een ziek kind af te smeken. Of blijvende onthouding omwille van het Koninkrijk Gods, omdat men zich samen geheel op God en een geestelijk leven wil richten (Jozef-huwelijk). In vroegere tijden onthielden katholieke echtparen zich tijdens de vasten en ook wel tijdens de advent, om zodoende deel te hebben aan deze perioden van boete.

Zonder ernstige redenen is het aan jonggehuwden niet geoorloofd, óók niet middels onthouding, of natuurlijke geboorteregeling, om het krijgen van kinderen uit te stellen tot een veel later tijdstip, bijvoorbeeld tot enkele jaren na het huwelijk.

Echtparen, die onvruchtbaar blijven, en oudere gehuwden, waarvan de vrouw haar vruchtbare tijd heeft afgesloten, mogen altijd tot gemeenschap overgaan om hun liefde en trouw uit te drukken, of om zonde te vermijden, dat is, de begeerlijkheid te blussen, mits de gemeenschap kuis blijft en niet uitsluitend omwille van de lust geschiedt.

Conclusie

Kies voor de ware opdracht van God voor het huwelijk, te weten elkaar, en de kinderen, die God u schonk, op te voeden tot kinderen van God, tot zondeloosheid en heiligheid, opdat u later samen in de hemel bij God gelukkig zult zijn.




[1] Brief van Barnabas 10: 8

zondag 7 mei 2017

Lezing over de tijdloze waarde van ascese en mystiek - 9 juni 2017

Eerherstel. Boetedoening. Versterving. Ascese. Mystiek. Het zijn woorden die tegenwoordig in het alledaags spreken van de Kerk bijna afwezig lijken. Terwijl ze een wezenlijk onderdeel zijn van het christelijk leven. 

Daarom organiseert Civitas Christiana op vrijdag 9 juni 2017 een lezing over de tijdloze waarde van ascese en mystiek. Ik nodig u van harte uit hierbij aanwezig te zijn. 

De spreker op 9 juni is pater prof. Francesco Giordano. Hij doceert theologie in Rome en is directeur van Human Life Internationaal, waarmee hij studenten vormt – leken, religieuzen, seminaristen – die pro-life werk willen doen in hun eigen parochie. Pater Giordano is een man van contemplatie én actie. Bij uitstek een spreker die weet hoe geestelijk leven te houden in een bezeten tijd. 

Aanmelden kan door een e-mail te sturen aan info@civitaschristiana.nl of te bellen naar 024 – 782 0504.

Aanleiding van de lezing is de heruitgave van Kort begrip der ascetische en mystieke theologie. Dit boek van pater Adolphe Tanquerey behandelt heel het geestelijk leven en wijst ons gelovigen de weg naar boven, richting vereniging met Christus. Een vergeten klassieker die het verdient gelezen te worden. Vanzelfsprekend kunt u dit boek aanschaffen na de lezing.

Na de lezing is er een borrel. Ik zie er naar uit om u te ontmoeten, het is belangrijk om als katholieken onderling contact te hebben. 

Ik hoop u op vrijdag 9 juni te verwelkomen!